Ga naar hoofdinhoud
Terug naar Blog
Voeding & leefstijl

Voedselintolerantie: welke tests werken en welke niet

E
Enhanced Health
10 min lezen
Een man leest een document aan de keukentafel, met een schaal fruit en een mok voor zich.
Foto: Vitaly Gariev via Unsplash

Een voedselintolerantie is een reactie op voeding zonder dat je afweersysteem antistoffen tegen dat voedingsmiddel aanmaakt. Dat klinkt als een detail, maar het bepaalt alles over welke test zin heeft. De populairste tests op de Nederlandse markt, de IgG-panels van 100 tot 200 voedingsmiddelen, meten precies het verkeerde signaal.

Ik vind dit het meest oneerlijke hoekje van de gezondheidsmarkt. Bijna elke pagina die je hierover vindt, verkoopt de test die hij beschrijft.

Wij verkopen geen intolerantiepanels. Daarom kunnen we gewoon opschrijven wat het onderzoek zegt.

Wat is een voedselintolerantie precies?

Een voedselintolerantie is een klachtenreactie op voeding die niet via het afweersysteem loopt. Meestal ontbreekt een enzym, zoals lactase bij lactose, of reageert je darm op stoffen die slecht worden opgenomen. De klachten komen doorgaans uit je buik: een opgeblazen gevoel, krampen, winderigheid of een veranderd ontlastingspatroon.

De dosis doet ertoe. Bij een intolerantie kun je vaak een kleine hoeveelheid prima verdragen, terwijl een grote portie klachten geeft. Dat verschilt fundamenteel van een allergie, waar een spoor al genoeg kan zijn.

Het Voedingscentrum beschrijft lactose-intolerantie en coeliakie als aparte aandoeningen met eigen mechanismen. Die scheiding is belangrijk, want ze vragen om totaal verschillende tests.

Wat is het verschil tussen voedselallergie en voedselintolerantie?

Bij een voedselallergie maakt je afweersysteem IgE-antistoffen tegen een eiwit in het voedingsmiddel. Die reactie kan binnen minuten optreden en ook buiten je darmen zichtbaar zijn, met huiduitslag, zwelling of benauwdheid. Een intolerantie verloopt zonder IgE, komt meestal langzamer op gang en blijft doorgaans beperkt tot buikklachten.

Dat verschil bepaalt de diagnostiek. Voor een vermoede IgE-allergie bestaan gevalideerde tests: een huidpriktest of specifiek IgE in bloed, altijd naast het klachtenverhaal.

Voor de meeste intoleranties bestaat zo'n bloedtest simpelweg niet. Er is geen antistof om te meten, want er is geen antistofreactie.

Coeliakie is de uitzondering die de verwarring voedt. Dat is geen intolerantie maar een auto-immuunziekte, en die heeft juist wel een sterke bloedtest. Hoe dat werkt lees je in glutenintolerantie of coeliakie.

Hoe betrouwbaar is een voedselintolerantie test?

Dat hangt volledig af van welke test je bedoelt. Een waterstofademtest voor lactose en een coeliakie-bloedtest zijn onderbouwd en worden in ziekenhuizen gebruikt. De brede IgG- of IgG4-panels die online worden verkocht, zijn dat niet: de Europese beroepsvereniging voor allergologie raadde ze in 2008 al af als diagnostisch middel.

De tabel hieronder is de kern van dit artikel. Hij scheidt wat gevalideerd is van wat verkocht wordt.

TestWat hij meetBewijsWat je ermee kunt
IgG / IgG4-panel (100 tot 200 voedingsmiddelen)Antistoffen die passen bij normale blootstelling aan voedingAfgeraden door de EAACI-taskforceWeinig. Je eet wat je eet, en dat zie je terug
Waterstofademtest lactoseWaterstof in je adem na een lactosedosisGevalideerd, met bekende beperkingenOnderbouwde aanwijzing voor lactosemalabsorptie
Coeliakieserologie (tTG-IgA plus totaal IgA)Auto-antistoffen bij glutengedreven darmschadeSterk, basis van internationale diagnostiekBetrouwbare eerste stap, mits je gluten blijft eten
Eliminatie en herintroductieJouw klachten bij weglaten en teruggevenDe referentiemethode voor intolerantiesHet meeste, maar het kost weken en discipline
Zonuline in bloed of ontlastingOnduidelijk welk eiwit de test herkentZwak, de gangbare kit is bekritiseerdNauwelijks iets bruikbaars
Haaranalyse of bio-resonantieGeen aantoonbaar biologisch signaalGeenNiets

Kijk vooral naar de laatste kolom. Een test is pas nuttig als de uitslag je gedrag verandert op een manier die klopt.

Waarom geven IgG-tests zoveel treffers?

Omdat IgG tegen voeding een normaal verschijnsel is. Je maakt die antistoffen aan tegen eiwitten die je regelmatig eet, en bij gezonde mensen zonder klachten meet je ze net zo goed. Een panel dat 200 voedingsmiddelen scant, levert daarom bijna altijd een lijst met tientallen positieve uitslagen op.

De EAACI-taskforce concludeerde in 2008 dat IgG4 tegen voeding eerder past bij tolerantie dan bij ziekte, en raadde de test af bij voedselgerelateerde klachten (PMID 18489614). Dat standpunt is sindsdien niet omgekeerd.

Het praktische gevaar zit in wat er daarna gebeurt. Een sporter die 30 producten schrapt op basis van zo'n lijst, verliest variatie, vaak ook calorieën en soms hele voedingsgroepen.

Neem een crossfitter van 82 kilo die tarwe, ei, melk en gist wegstreept omdat ze rood kleurden. Zijn eiwitinname zakt, zijn koolhydraten zakken mee en na drie weken staat zijn training stil. De buikklachten zijn misschien iets minder, maar hij weet niet welke van de vier het deed.

Dat is precies het probleem: een lijst zonder rangorde geeft je geen antwoord, alleen minder eten.

Hoe stel je een voedselintolerantie wel vast?

Met eliminatie en herintroductie, onder begeleiding en met een dagboek. Je laat een verdacht voedingsmiddel enkele weken weg, kijkt of de klachten meetbaar afnemen, en geeft het daarna gecontroleerd terug. Pas als de klachten bij herintroductie terugkomen, heb je een aanwijzing die iets waard is.

Dat klinkt ouderwets naast een panel van 200 vakjes. Het is ook de enige methode die de oorzaak en het gevolg in de goede volgorde zet.

Voor prikkelbare darmklachten wordt vaak een gestructureerd FODMAP-traject gebruikt, met een eliminatiefase en daarna een herintroductiefase per groep. De herintroductie is het punt waar veel mensen afhaken, terwijl daar juist de informatie zit.

Bij een vermoeden van glutengevoeligheid zonder coeliakie hanteren onderzoekers een dubbelblinde provocatie met ongeveer 8 gram gluten per dag, en een symptoomverschil van minstens 30 procent tussen gluten en placebo (PMID 26096570). Dat laat zien hoe hoog de lat ligt voordat je iets echt kunt aantonen.

Wat ik zelf zou doen: begin met twee weken noteren wat je eet en hoe je buik reageert. Dat kost niets en het levert meer bruikbare data op dan de meeste tests die je kunt kopen.

Wat sporters hierbij vaak over het hoofd zien

Intensieve inspanning verandert je darm tijdelijk, ook zonder intolerantie. Tijdens zware training gaat er minder bloed naar je darmen en neemt de doorlaatbaarheid kortdurend toe, wat kan samengaan met kramp, misselijkheid of aandrang. Een systematische review noemt dit geheel het inspanningsgebonden maagdarmsyndroom (PMID 28589631).

Dat is relevant, want de klachten lijken sprekend op een intolerantie. Wie alleen op wedstrijddagen buikklachten heeft, kijkt waarschijnlijk naar de belasting en niet naar het brood.

Hitte, uitdroging en een hoge inname van suikers tijdens inspanning versterken het effect. Een gelletje te veel op kilometer 30 verklaart meer dan een IgG-uitslag op tarwe.

Ook je hoofd doet mee. Stress verhoogt de doorlaatbaarheid van je dunne darm via een mestcelafhankelijk mechanisme, aangetoond bij gezonde vrijwilligers (PMID 24153250). Hoe dat doorwerkt lees je in darmklachten door stress.

Voor je een voedingsmiddel de schuld geeft, is het de moeite waard om je trainingsweek, je slaap en je wedstrijdspanning naast je klachtendagboek te leggen.

Welke bloedwaarden voegen hier wel iets toe?

Bloedonderzoek stelt geen intolerantie vast, maar het kan wel laten zien of langdurige darmklachten ergens sporen hebben achtergelaten. Denk aan waarden rond ijzer, vitamine B12 en foliumzuur, die bij verminderde opname kunnen dalen. Ook een ontstekingswaarde geeft context bij klachten die maar niet overgaan.

Een paar waarden die in dit verband vaak worden meegenomen:

  • Ferritine, je ijzervoorraad, die bij duursporters sowieso eerder daalt
  • Vitamine B12 en foliumzuur, allebei gevoelig voor opname en voor een eenzijdig dieet
  • CRP als algemene ontstekingswaarde
  • Coeliakieserologie, maar alleen als je gluten blijft eten tot de afname

Die laatste voorwaarde is de fout die het vaakst wordt gemaakt. Ga je eerst glutenvrij eten en laat je daarna prikken, dan kan de test negatief uitvallen terwijl je de aandoening wel hebt (PMID 31568151).

Een breder panel zoals 360 Gezondheid geeft je deze waarden in één afname, met een beoordeling door een arts. Dat vervangt het eliminatietraject niet, maar het vult de andere helft van het plaatje in.

Merk je vooral vermoeidheid naast je buikklachten, kijk dan ook naar bloedtest bij vermoeidheid.

Hoe zit het met tests voor voedselallergie?

Voor een vermoede voedselallergie bestaan wel gevalideerde tests. Een huidpriktest en specifiek IgE in bloed worden in de zorg gebruikt, altijd naast je klachtenverhaal. Een positieve uitslag op zichzelf is niet genoeg, want je kunt IgE tegen een voedingsmiddel hebben en het toch prima verdragen.

Dat heet sensibilisatie. Het is het meest voorkomende misverstand rond allergietests.

Daarom wordt zo'n uitslag altijd naast de praktijk gelegd. Krijg je klachten als je het eet, en hoe snel gebeurt dat? Bij twijfel volgt soms een provocatietest onder toezicht.

Let op het verschil met de IgG-panels. IgE hoort bij een allergische reactie. IgG hoort bij gewone blootstelling aan voeding. Eén letter verschil, een compleet ander verhaal.

Hoelang duurt een eliminatieproef?

Reken op twee tot vier weken weglaten, gevolgd door een herintroductie van een paar dagen per voedingsmiddel. Korter dan twee weken is meestal te kort om een verschil te zien. Veel langer dan vier weken voegt zelden iets toe en maakt je dieet onnodig smal.

Het is saai werk. Het is ook de enige route naar een antwoord dat je kunt vertrouwen.

Test één voedingsmiddel tegelijk. Haal je tarwe, zuivel en ui in dezelfde week weg, dan weet je bij verbetering nog steeds niet welke het was.

Plan de proef ook op een rustig moment. Een eliminatieweek tijdens een wedstrijdblok of een verhuizing levert data op waar je niets aan hebt.

Wanneer is het waarschijnlijk geen intolerantie?

Sommige klachten passen slecht in het intolerantieverhaal en horen eerder thuis bij je huisarts. Denk aan bloed bij de ontlasting, koorts, ongewild gewichtsverlies, of klachten die je 's nachts wakker maken. Ook klachten die voor het eerst na je vijftigste ontstaan, vallen in die categorie.

Dat zijn geen redenen om van te schrikken. Het zijn wel redenen om een arts te laten meekijken in plaats van zelf een dieet te starten.

Hetzelfde geldt als je in korte tijd veel voedingsgroepen hebt geschrapt. Een sterk beperkt dieet kan zelf klachten geven, en dan draai je in een kringetje.

Komt coeliakie voor in je familie, meld dat dan actief. Dat verandert hoe waarschijnlijk de diagnose is, en het maakt een bloedtest juist waardevoller.

De rest van dit cluster

Elke veelgestelde vraag rond dit onderwerp heeft zijn eigen valkuil, en die zijn te specifiek voor één artikel. Deze vier gaan dieper op de losse onderdelen in.

Waar ik zou beginnen

Niet bij een test, maar bij twee weken aantekeningen. Noteer wat je eet, hoe je buik reageert, hoe zwaar je traint en hoe je slaapt. Die vier kolommen naast elkaar geven je bijna altijd een verdachte, en dat is precies waar een eliminatieproef mee begint.

Blijven de klachten aanhouden of val je af zonder dat te willen, bespreek het dan met je huisarts voordat je zelf voedingsgroepen schrapt.

Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

Referenties

  • Stapel SO, Asero R, Ballmer-Weber BK, et al. Testing for IgG4 against foods is not recommended as a diagnostic tool: EAACI Task Force Report. Allergy. 2008;63(7):793-796. PMID 18489614.
  • Catassi C, Elli L, Bonaz B, et al. Diagnosis of Non-Celiac Gluten Sensitivity (NCGS): The Salerno Experts' Criteria. Nutrients. 2015. PMID 26096570.
  • Husby S, Koletzko S, Korponay-Szabo I, et al. European Society Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition Guidelines for Diagnosing Coeliac Disease 2020. J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2020;70(1):141-156. PMID 31568151.
  • Costa RJS, Snipe RMJ, Kitic CM, Gibson PR. Systematic review: exercise-induced gastrointestinal syndrome. Aliment Pharmacol Ther. 2017. PMID 28589631.
  • Vanuytsel T, van Wanrooy S, Vanheel H, et al. Psychological stress and corticotropin-releasing hormone increase intestinal permeability in humans by a mast cell-dependent mechanism. Gut. 2014;63(8):1293-1299. PMID 24153250.
E

Auteur

Enhanced Health

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten