Ga naar hoofdinhoud
Terug naar Blog
Voeding & leefstijl

Glutenintolerantie of coeliakie? Zo werkt het bloedonderzoek

E
Enhanced Health
5 min lezen
Een donker volkorenbrood in plakken gesneden op een houten plank.
Foto: Jude Infantini via Unsplash

Glutenintolerantie en coeliakie zijn niet hetzelfde, en dat verschil bepaalt of een bloedtest je iets oplevert. Coeliakie is een auto-immuunziekte met darmschade en een sterke serologische test. Glutensensitiviteit zonder coeliakie geeft vergelijkbare klachten, maar er bestaat geen bloedwaarde die het aantoont.

De fout die ik het vaakst zie: eerst maandenlang glutenvrij eten en dan pas laten prikken. Daarmee maak je de enige goede test in dit verhaal onbetrouwbaar.

Wat is het verschil tussen glutenintolerantie en coeliakie?

Bij coeliakie reageert je afweersysteem op gluten met auto-antistoffen die je dunne darmwand beschadigen. Die schade is zichtbaar en meetbaar. Bij glutensensitiviteit zonder coeliakie krijg je klachten na gluten, maar zonder auto-immuunreactie en zonder aantoonbare darmschade.

De klachten overlappen sterk: een opgeblazen gevoel, buikpijn, diarree of juist verstopping, soms vermoeidheid. Aan je symptomen alleen kun je de twee niet uit elkaar halen.

Er is nog een derde categorie: tarweallergie, een echte IgE-allergie voor tarwe-eiwit. Die verloopt sneller en kan ook buiten de darm klachten geven.

Op Thuisarts staat coeliakie beschreven als een blijvende aandoening waarbij gluten de darmwand beschadigt. Dat is precies waarom hier wel een bloedtest voor bestaat, en voor de andere vorm niet.

Welke bloedwaarden meten ze bij coeliakie?

De eerste stap is tTG-IgA, oftewel antistoffen tegen weefseltransglutaminase van het type IgA, samen met je totaal IgA. Die tweede waarde is er niet voor de sier: heb je een IgA-tekort, dan kan de tTG-IgA vals negatief uitvallen. In dat geval wordt uitgeweken naar IgG-gebaseerde tests.

BepalingWat het aangeeftWaarom hij meedoet
tTG-IgAAuto-antistoffen tegen weefseltransglutaminaseDe eerste keuze bij verdenking op coeliakie
Totaal IgAOf je genoeg IgA aanmaaktZonder deze waarde kun je een vals negatieve uitslag missen
EMA of tTG-IgGAlternatieve antistofroutesNodig bij een aangetoond IgA-tekort
HLA-DQ2 en DQ8Genetische aanlegVooral nuttig om coeliakie uit te sluiten

Die laatste rij wordt vaak verkeerd begrepen. Bijna een derde van de bevolking draagt DQ2 of DQ8 en krijgt nooit coeliakie, dus een positieve uitslag zegt weinig. Een negatieve uitslag is wel informatief, want zonder die genen is coeliakie erg onwaarschijnlijk.

De internationale richtlijn voor het vaststellen van coeliakie bouwt op deze combinatie van serologie, genetica en waar nodig weefselonderzoek (PMID 31568151).

Waarom moet je gluten blijven eten voor de test?

Omdat de test antistoffen meet die je lichaam alleen aanmaakt zolang er gluten binnenkomt. Laat je gluten weken tot maanden weg, dan dalen die antistoffen en kan de uitslag negatief worden terwijl je de aandoening wel hebt. De test meet dan je dieet, niet je darm.

Dat is de reden waarom een zelf gestart glutenvrij dieet de diagnostiek zo lastig maakt.

Wil je toch weten of gluten je klachten geeft, doe het dan in de juiste volgorde: eerst prikken, daarna eventueel weglaten. Andersom kost je maanden, want om alsnog te kunnen testen moet je gluten opnieuw introduceren.

Neem een hardloper die in maart glutenvrij gaat eten en zich beter voelt. In september wil hij zekerheid en laat hij prikken. Zijn tTG-IgA is netjes normaal, en niemand weet of dat komt doordat hij gezond is of doordat hij al een half jaar geen brood heeft aangeraakt.

De test is negatief maar mijn klachten blijven, wat nu?

Dan is coeliakie minder waarschijnlijk geworden, maar je klachten zijn niet weg en dat is een reëel gegeven. Wat overblijft zijn glutensensitiviteit zonder coeliakie, een reactie op fructanen in tarwe, of een prikkelbare darm. Voor geen van die drie bestaat een bloedwaarde die het bevestigt.

Onderzoekers gebruiken hiervoor een dubbelblinde provocatie met ongeveer 8 gram gluten per dag en vergelijken die met placebo, waarbij minstens 30 procent symptoomverschil telt als positief (PMID 26096570). Dat is streng, en met reden: het placebo-effect is bij buikklachten groot.

Interessant detail: bij tarwe zit lang niet altijd het gluten in de weg. Tarwe bevat ook fructanen, en een deel van de mensen die zich glutenvrij beter voelt, reageert waarschijnlijk daarop.

Hoe je zo'n vermoeden methodisch aanpakt, staat in voedselintolerantie: welke tests werken. Zit je klachtenpatroon vooral rond zuivel, kijk dan bij de lactose intolerantie test.

Wat glutenvrij eten een sporter kost

Zonder aangetoonde reden is glutenvrij eten voor sporters zelden winst. Volkoren graanproducten leveren koolhydraten, vezels en B-vitamines, en veel glutenvrije vervangers bevatten daar minder van. Bij een hoge trainingsbelasting is dat een lastige ruil.

Er is nog een reden om voorzichtig te zijn met zelf schrappen. Langdurige klachten en een beperkter dieet kunnen samen je opname en je voorraden raken.

Waarden die in dat licht vaak worden bekeken zijn ferritine, vitamine B12 en foliumzuur. Een panel als 360 Gezondheid neemt die in één afname mee, met een beoordeling door een arts.

Twijfel je of je darm of je trainingsbelasting de boosdoener is, lees dan ook lekkende darm.

Wat ik zou doen

Blijf gluten eten tot je bloed is afgenomen, hoe verleidelijk het ook is om alvast te stoppen. Bespreek daarna de uitslag met je huisarts, samen met je klachtenverhaal, want de serologie is een puzzelstuk en niet de hele puzzel.

Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

Referenties

  • Husby S, Koletzko S, Korponay-Szabo I, et al. European Society Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition Guidelines for Diagnosing Coeliac Disease 2020. J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2020;70(1):141-156. PMID 31568151.
  • Catassi C, Elli L, Bonaz B, et al. Diagnosis of Non-Celiac Gluten Sensitivity (NCGS): The Salerno Experts' Criteria. Nutrients. 2015. PMID 26096570.
  • Stapel SO, Asero R, Ballmer-Weber BK, et al. Testing for IgG4 against foods is not recommended as a diagnostic tool: EAACI Task Force Report. Allergy. 2008;63(7):793-796. PMID 18489614.
E

Auteur

Enhanced Health

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten