Whoop
Een uitgebreid bloedonderzoek met 44 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
De LDL/HDL-ratio is uw LDL-cholesterol gedeeld door uw HDL. Voor wie zijn gezondheid serieus meet, is dit waarschijnlijk het zwakste getal op de hele lipidenuitslag. Geen enkele richtlijn stelt er een streefwaarde voor, het getal wordt berekend uit een LDL dat zelf al berekend is, en VLDL en remnant-deeltjes tellen niet mee. Daar komt bij dat duurtraining de ratio vleit: het HDL stijgt licht, de ratio daalt, en de hoeveelheid schadelijk cholesterol blijft precies gelijk. Er is één situatie waarin het getal wél iets toevoegt, namelijk bij androgeengebruik, omdat dan beide helften tegelijk de verkeerde kant op bewegen. Wilt u sturen op iets dat telt, kijk dan naar non-HDL-cholesterol en ApoB.
Beoordeling door arts inbegrepen
Geen algemeen erkende referentiewaarde
Voor de LDL/HDL-ratio bestaat geen algemeen erkende Nederlandse referentiewaarde. De NVKC publiceert wel een cholesterolratio - dat is totaal cholesterol gedeeld door HDL (kleiner dan 5, het liefst kleiner dan 3,5) - maar geen LDL/HDL-verhouding. De NHG-Standaard CVRM (2024) gebruikt geen cholesterolratio meer voor risicobepaling, maar kijkt naar het LDL- en non-HDL-cholesterol zelf. Voor de LDL/HDL-ratio afzonderlijk is er dus geen Nederlandse norm die wij kunnen tonen; wij noemen liever geen getal dan een getal zonder bron. Bespreek uw cholesterol met uw huisarts; kijk daarbij naar uw LDL, uw non-HDL en zo nodig de cholesterolratio (totaal/HDL).
Eenheid: ratio
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
De LDL/HDL-ratio is niets meer dan uw LDL-cholesterol gedeeld door uw HDL-cholesterol. Het lab meet die twee, deelt ze op elkaar en drukt het resultaat af. Er gaat geen extra buisje bloed in, en er komt geen extra informatie uit: alles wat in de ratio zit, stond al ergens anders op uw uitslag.
Dat klinkt onschuldig, maar het maakt de ratio kwetsbaar op twee manieren die precies in uw doelgroep bijten.
De eerste is de rekenfout die de ratio erft. Uw LDL is in de meeste laboratoria niet gemeten maar berekend, met de formule van Friedewald: totaal cholesterol min HDL min de triglyceriden gedeeld door 2,2. Bij hoge triglyceriden of een niet-nuchter monster klopt die aanname niet meer. Het berekende LDL komt dan te laag uit, en uw ratio ziet er dus beter uit dan de werkelijkheid. Een bloedafname na een koolhydraatrijke laadfase of gewoon te kort na de laatste maaltijd is genoeg om dat effect op te roepen. De cholesterol/HDL-ratio heeft dit probleem niet, want die gebruikt twee direct gemeten waarden.
De tweede is wat er ontbreekt. VLDL-deeltjes en de remnants die daaruit overblijven dragen cholesterol de vaatwand in, maar ze staan niet in de teller en niet in de noemer. Wie veel triglyceriden en een verminderde insulinegevoeligheid heeft, ziet daar in dit getal dus niets van terug. Non-HDL-cholesterol telt die deeltjes wel gewoon mee.
Dit is niet hetzelfde getal als de cholesterolratio. De cholesterol/HDL-ratio gebruikt het totale cholesterol in de teller en heeft een bovengrens rond de 5. Deze ratio gebruikt alleen het LDL en zit rond de 3. Ze delen een naam en een noemer, verder niets: haal ze niet door elkaar.
Als u uw bloedwaarden volgt om beter te presteren en beter te herstellen, is dit het getal waar u het minst aan heeft. Dat is geen stijlfiguur, het is de stand van de richtlijnen. Zowel de Europese ESC/EAS-richtlijn als de Nederlandse CVRM-standaard stelt streefwaarden op het LDL-cholesterol, met non-HDL-cholesterol en ApoB als secundaire doelen. Voor de LDL/HDL-ratio stelt geen enkele richtlijn een doel.
En er zit een reken-illusie in. Een LDL van 3,0 mmol/l bij een HDL van 1,0 mmol/l geeft een ratio van 3,0. Een LDL van 4,5 mmol/l bij een HDL van 1,5 mmol/l geeft ook precies 3,0. Identiek getal, en toch draagt de tweede persoon vijftig procent meer atherogeen cholesterol rond. Het is dat absolute LDL dat zich in de vaatwand ophoopt, niet de verhouding. Een ratio die er goed uitziet zegt dus niets zolang u de losse waarden niet ernaast legt.
Voor sporters komt daar een eigen valkuil bij. Regelmatige duurtraining verhoogt het HDL licht, terwijl het LDL vaak nauwelijks beweegt. De ratio daalt, uw uitslag ziet er beter uit, en de hoeveelheid schadelijk cholesterol is precies gelijk gebleven. Het getal vleit u, en dat voelt als vooruitgang terwijl er niets is gewonnen.
Er is één situatie waarin deze ratio juist wél scherper is dan zijn onderdelen: het gebruik van anabole androgene steroïden. Androgenen drukken het HDL fors omlaag en duwen het LDL omhoog. Beide helften van de breuk bewegen dus tegelijk de verkeerde kant op, waardoor de ratio harder en eerder uitslaat dan het LDL of het HDL alleen. Als trendgetal binnen één persoon, gemeten onder dezelfde omstandigheden, is dat bruikbare informatie, en het is de enige plek waar deze ratio zijn plaats op uw uitslag verdient. Het is geen reden om zelf iets te doseren of te wijzigen: bespreek dit met een arts.
Voor al het andere geldt: laat non-HDL of ApoB zwaarder wegen. Non-HDL heeft geen formule nodig, breekt niet bij hoge triglyceriden en vraagt niet om nuchter zijn. ApoB telt het aantal schadelijke deeltjes in plaats van hun lading. Beide zeggen iets wat deze ratio niet kan zeggen.
U bestelt deze ratio niet apart. Hij rolt automatisch uit een lipidenpanel zodra het LDL en het HDL bepaald zijn, dus de echte vraag is hoe u dat panel afneemt.
Nuchter prikken telt hier zwaarder dan bij de meeste lipiden. Totaal cholesterol en HDL veranderen na een maaltijd nauwelijks, maar de triglyceriden wel, en uw LDL wordt daaruit berekend. Prik dus nuchter, en vermijd een afname vlak na een koolhydraatrijke laadfase of een periode met veel alcohol. Bij triglyceriden boven ongeveer 4,5 mmol/l is de formule niet meer geldig en zegt de ratio helemaal niets meer.
Houd ook rekening met uw trainingsbelasting. Een lange duurinspanning kan de triglyceriden tijdelijk verlagen en het HDL licht verhogen, tot een paar dagen erna. Wilt u waarden vergelijken tussen twee trainingsblokken, prik dan steeds op een vergelijkbaar moment in de week en bij hetzelfde laboratorium. Wacht bovendien een paar weken na een infectie, een operatie of een flinke blessure: het cholesterol daalt dan tijdelijk.
Een nieuw afwijkende uitslag verdient eerst een zoektocht naar een onderliggende oorzaak voordat u aan uw voeding gaat sleutelen. Een traag werkende schildklier verhoogt het LDL en wordt vaak gemist, dus een TSH hoort erbij.
| Situatie | Wat er met LDL en HDL gebeurt | Wat de ratio doet |
|---|---|---|
| Man, geen middelengebruik | HDL ligt gemiddeld lager dan bij vrouwen | De ratio valt bij hetzelfde LDL structureel hoger uit; de unisex grens van 3,0 is voor mannen in de praktijk dus strenger |
| Vrouw, vóór de overgang | Oestrogeen houdt het HDL hoger | De ratio valt structureel lager uit; uw getal vergelijken met dat van uw trainingspartner zegt weinig |
| Rond en na de overgang | LDL stijgt, HDL kan licht dalen | Beide helften bewegen dezelfde kant op, dus de ratio loopt sneller op dan het LDL alleen |
| Regelmatige duurtraining | HDL stijgt licht, LDL blijft vaak gelijk | De ratio daalt zonder dat de atherogene belasting is gedaald: het getal vleit u |
| Anabole androgene steroïden | HDL daalt fors, LDL stijgt | De ratio verslechtert scherp en vroeg; dit is de enige situatie waarin hij als trend echt iets toevoegt |
| Hoge triglyceriden of niet-nuchter geprikt | Het berekende LDL komt te laag uit | De ratio ziet er ten onrechte gunstig uit |
Laat elke uitslag door een arts beoordelen, samen met uw losse waarden en uw volledige risicoprofiel.
Het belangrijkste advies bij dit getal is: stuur er niet op. Een breuk kunt u op twee manieren verbeteren, en de makkelijkste van de twee, het HDL omhoog krijgen, verandert niets aan de hoeveelheid schadelijk cholesterol die in uw vaatwand terechtkomt. Groot onderzoek naar middelen die specifiek het HDL verhogen liet precies dat zien: het HDL steeg, het risico daalde niet. Stuur dus op uw LDL en op non-HDL-cholesterol of ApoB, en gebruik de ratio hooguit als een langzame achtergrondtrend.
Wat het LDL daadwerkelijk verlaagt is bekend: minder verzadigd vet en transvet, meer vezels, een gezonde lichaamssamenstelling en regelmatige beweging. Voor sporters betekent dat vaak een eerlijke blik op een voedingspatroon dat om de eiwitten heen is gebouwd en waar veel verzadigd vet in is meegeslopen.
Alcohol hoort hier nadrukkelijk niet bij. Het verhoogt het HDL en laat de ratio er dus beter uitzien, maar het verhoogt tegelijk de triglyceriden en verbetert uw cholesterolprofiel niet. Roken verlaagt het HDL; stoppen is een van de weinige stappen waarbij het getal en uw gezondheid dezelfde kant op bewegen.
Gebruikt u androgenen of overweegt u dat, dan is dit geen onderwerp voor zelfsturing op een bloedwaarde. Het effect op het HDL is groot en snel, en dat gesprek hoort bij een arts.
En tot slot: start, stop of verander nooit zelf een cholesterolverlagend medicijn op basis van een zelf aangevraagde uitslag.
Deze panelen meten waarden uit dezelfde categorie als deze marker.
Een uitgebreid bloedonderzoek met 44 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Een bloedonderzoek met 36 biomarkers voor prestatie en vitaliteit, geïnspireerd op InsideTracker Ultimate — hart, hormonen, stofwisseling, ontsteking, herstel en ijzerstatus.
Breed gezondheidspanel: hormonen, schildklier, vitaminen, lipiden, lever, nieren en bloedbeeld.
Belangrijk lipidenpanel: LDL, HDL, en Triglyceriden.
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten.
Privacybeleid