Whoop
Een uitgebreid bloedonderzoek met 45 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Lp(a), lipoproteïne(a), is een deeltje dat cholesterol door het bloed vervoert, opgebouwd als een LDL-deeltje met een extra eiwit, apo(a). In de vaatwand kan Lp(a) volgens beeldvormend onderzoek dat de European Atherosclerosis Society (EAS) aanhaalt ontsteking in gang zetten.
Bij een hoge Lp(a) neemt volgens de EAS de kans op hartinfarct, herseninfarct en vernauwing van de aortaklep toe, en lichamelijke activiteit heeft volgens de EAS geen of minimaal effect op de hoogte van Lp(a). Hoe hoog Lp(a) is, valt alleen in het bloed te meten.
Star-SHL drukt Lp(a) uit in nanomol per liter en hanteert < 75 nmol/l als referentiewaarde. De EAS stelt voor dat richtlijnen grenzen met een grijs gebied overwegen, met bijvoorbeeld onder 75 nmol/L als grens om een verhoogd risico uit te sluiten.
Beoordeling door arts inbegrepen
Lp(a) is een vetdeeltje waarvan de hoogte grotendeels erfelijk vastligt. Laboratoria rapporteren het in nmol/l of mg/l, dus een uitslag is alleen te vergelijken met de grens van het laboratorium dat hem mat.
| Uitslag | Waarde (g/l) |
|---|---|
| Normaal | < 0,3 |
| Grenswaarde | 0,3–0,5 |
| Verhoogd | ≥ 0,5 |
Lp(a) is grotendeels erfelijk bepaald en blijft levenslang vrijwel constant. Het risico stijgt geleidelijk met de waarde; de EAS benadrukt dat er geen biologische drempel is. De NHG-Standaard CVRM hanteert > 50 mg/dl (0,50 g/l, 80e percentiel) als afkapwaarde en adviseert géén screening van de algemene bevolking. Sommige laboratoria hanteren een strengere bovengrens (0,3 g/l), die overeenkomt met de EAS-ondergrens van het grijze gebied.
Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)
Bron: European Atherosclerosis Society Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
De bovengrens loopt van 60 nmol/l bij Unilabs tot 75 nmol/l bij Star-shl.
| Laboratorium | Groep | Referentiewaarde (nmol/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|---|
| Star-shl | · Iedereen · een grens, geen bereik | < 75 nmol/l |
75
|
| Unilabs | · Iedereen · een grens, geen bereik | < 60 nmol/l |
60
|
| Unilabs | · Iedereen · grijs gebied voor hart- en vaatziekte | 75–125 nmol/l |
75 125
|
| Unilabs | · Iedereen · een grens, geen bereik · verhoogd risico op hart- en vaatziekte | > 125 nmol/l |
125
|
| Certe | · Iedereen · 18 jaar en ouder · een grens, geen bereik | < 500 mg/L mg/L | |
| Certe | · Iedereen · grijs gebied | 300–500 mg/L mg/L | |
| Certe | · Iedereen · een grens, geen bereik · hoog risico | > 500 mg/L mg/L | |
| Diagnostiek voor U | · Iedereen · een grens, geen bereik | < 75 nmol/L |
75
|
Bron: Star-shl
Bron: Unilabs
Bron: Certe
Bron: Diagnostiek voor U
Elke waarde zoals het laboratorium die zelf publiceert, opgehaald in 2026.
Een Lp(a)-test bepaalt bij Unilabs hoeveel lipoproteïne(a) het serum bevat, in nanomol per liter (nmol/l), met turbidimetrie, een meting van troebeling in het monster. Unilabs geeft voor deze bepaling een meetonzekerheid van 11,9% op en een referentiewaarde van < 60 nmol/l.
Lp(a) telt volgens de EAS mee in het totale risico op hart- en vaatziekten, en bij een hoge waarde adviseert de EAS de andere risicofactoren vroeg en intensiever aan te pakken, onder meer met leefstijl. Het verband met hart- en vaatziekte is volgens de EAS oorzakelijk, en het risico loopt geleidelijk op met de waarde.
Een Lp(a)-meting moet volgens de EAS-consensus van 2022 minstens één keer bij elke volwassene gebeuren, terwijl de Nederlandse richtlijn erfelijke dyslipidemie geen reden ziet om de algemene bevolking te screenen. Volgens die Nederlandse richtlijn kan een meting worden overwogen bij terugkerende hart- en vaatziekte ondanks een optimale behandeling van de bloedvetten.
Een lage Lp(a), onder 75 nmol/l, valt bij Star-SHL binnen de referentiewaarde, en Star-SHL noemt geen ondergrens.
Voor een hoge Lp(a) stelt de EAS voor dat richtlijnen een grens overwegen, bijvoorbeeld 125 nmol/L of meer, om een verhoogd risico op hart- en vaatziekte vast te stellen. Mensen in het bovenste derde van de bevolking, met een (zeer) hoge Lp(a), hebben volgens de EAS meer dan 20% meer risico op hart- en vaatziekte en hart- en vaatsterfte.
Verminderde leverfunctie
Lp(a) wordt in de lever gemaakt, dus een slechter werkende lever kan de waarde verlagen.
Te snel werkende schildklier
Een te snelle schildklier kan Lp(a) verlagen; na behandeling stijgt de waarde met 20 tot 25 procent.
Hormoonbehandeling na de overgang
Hormoonvervangende therapie na de overgang verlaagt Lp(a) met ongeveer 25 procent.
Ernstige acute ziekte
Bij levensbedreigende toestanden zoals sepsis of zware brandwonden is Lp(a) lager.
Erfelijke aanleg
Aangenomen wordt dat de hoogte van Lp(a) vooral genetisch vastligt en vanaf volwassen leeftijd nauwelijks verandert.
Nierziekte
Een verminderde nierfunctie kan Lp(a) verhogen, en bij het nefrotisch syndroom is de waarde 3 tot 5 keer zo hoog.
Zwangerschap
Tijdens een zwangerschap kan Lp(a) verdubbelen.
Te traag werkende schildklier
Een te trage schildklier kan Lp(a) verhogen; behandeling verlaagt de waarde met 5 tot 20 procent.
Statines, cholesterolverlagers, kunnen Lp(a) volgens de EAS licht verhogen, al zijn de gegevens wisselend; toch raadt de EAS aan de behandeling niet te stoppen, omdat het voordeel voor hart en bloedvaten bij een hoge Lp(a) veel groter is dan een kleine stijging. PCSK9-remmers verlagen Lp(a) volgens de EAS met 15 tot 30%, maar zijn voor het verlagen van Lp(a) niet geregistreerd.
Sporten verandert Lp(a) volgens de EAS nauwelijks: in de tabel met niet-genetische invloeden op Lp(a) staat bij lichamelijke activiteit geen of minimaal effect.
Ja, verschillende ontstekingsziekten verhogen Lp(a) volgens de EAS, terwijl levensbedreigende toestanden zoals sepsis en zware brandwonden de waarde juist verlagen. Tocilizumab, een remmer van de ontstekingsstof interleukine-6, verlaagde Lp(a) volgens de EAS met ongeveer 30 tot 40%.
Nee, Lp(a) is een apart deeltje: het lijkt volgens de EAS op LDL omdat het ook apoB draagt, maar er circuleren veel minder Lp(a)-deeltjes, en aan Lp(a) zit het extra eiwit apo(a).
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
Een uitgebreid bloedonderzoek met 45 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Een bloedonderzoek met 46 biomarkers voor hartgezondheid, geïnspireerd op het WHOOP Heart Health Panel — een geavanceerde blik op cholesterol, lipoproteïnen, ontsteking en nierfunctie.
Een bloedonderzoek met 49 biomarkers voor mannen, geïnspireerd op het WHOOP Men's Health Panel — testosteron, PSA en prostaatgezondheid plus een complete stofwisselings- en hormoonbasis.
Een bloedonderzoek met 51 biomarkers voor prestaties, geïnspireerd op het WHOOP Performance Health Panel — herstel, bloedaanmaak, schildklier, hormonen, ijzer en voedingsstatus voor wie traint.
Medisch adviseur
Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.
Medisch beleidBeoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Lp(a)
€36,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid