Ga naar hoofdinhoud
Terug naar Blog
Bloedsuiker & metabolisme

Bloedsuikerspiegel meten: vingerprik, sensor of lab?

E
Enhanced Health
7 min lezen
Iemand houdt een prikpen vast boven een glucosemeter op een houten tafel.
Foto: isens usa via Unsplash

Je bloedsuikerspiegel meten kan op drie manieren: een vingerprik thuis, een sensor op je arm, of een buisje bloed in het lab. Ze meten alle drie glucose en ze beantwoorden alle drie een andere vraag.

De meeste mensen kiezen eerst een apparaat.

Dat is de verkeerde volgorde, en het is de reden dat er zoveel glucosemeters in een la liggen. Kies je vraag eerst. Wil je weten hoe je op je havermout reageert, wil je weten of je metabool scherp staat, of wil je een geijkt uitgangspunt? Drie vragen, drie antwoorden, en maar één van die drie kun je thuis meten.

Welke methode past bij welke vraag?

Een vingerprik geeft je één moment en is prima om een piek te betrappen. Een sensor geeft je een curve over dagen en laat patronen zien die je nooit had geraden. Een lab-prik geeft je een geijkte waarde plus de getallen die je thuis niet kunt meten, en insuline is daarvan de belangrijkste.

Geen enkele methode wint. Ze doen ander werk.

Je vraagMethodeWaaromWat je niet krijgt
Hoe reageer ik op deze maaltijd?SensorZiet de hele curve, niet één puntGeen geijkt getal, geen insuline
Piekt mijn glucose na het avondeten?Vingerprik op 60 en 120 minutenGoedkoop, en twee punten is al een vormJe mist wat ertussen gebeurde
Werkt mijn insuline te hard?LabInsuline kun je thuis niet meten, puntEén moment, geen curve
Wat is mijn uitgangspunt?Lab, nuchterGeijkt en herhaalbaar over jarenZegt niets over je dag
Hoe stond ik er de afgelopen maanden voor?Lab, HbA1cEen gemiddelde over 2 tot 3 maandenPieken, dalen, en het kan misleiden
Zakt mijn glucose tijdens lange duurtraining?Sensor, met een korrel zoutAlleen een sensor meet tijdens het sportenSensors zijn juist dan minder nauwkeurig

Die laatste rij is de vervelendste. Precies op het moment dat een sporter de meting het hardst wil, is het apparaat op zijn zwakst.

Hoe nauwkeurig is een vingerprik?

Nauwkeurig genoeg voor patronen, te grof voor precisie. Een thuismeter mag volgens de gangbare normen een aanzienlijke afwijking hebben ten opzichte van een laboratoriumwaarde, en dat betekent dat een 5,4 en een 5,8 op je meter in de praktijk hetzelfde getal kunnen zijn.

Jaag dus niet op decimalen die je meter niet kan waarmaken.

Waar een vingerprik wel goed in is: het verschil zien tussen 5,5 en 9,0. Dat is een echte piek, en die zie je er prima mee. Het Diabetes Fonds beschrijft de techniek voor mensen met diabetes, en die uitleg werkt precies zo als je geen diabetes hebt. Alleen je vraag verschilt.

Wat kan een sensor wel dat een prik niet kan?

Een sensor meet elke paar minuten, dus hij ziet de vorm van je curve. Dat is een ander soort informatie dan een getal. Je ziet hoe hoog je piekt, hoe lang je hoog blijft en of je daarna doorzakt, en dat alles zonder dat je jezelf twintig keer per dag prikt.

Vorm is waardevoller dan hoogte.

Onderzoekers van Stanford lieten mensen met normale standaardwaarden een sensor dragen en zagen iets dat geen enkele nuchtere prik ooit had laten zien: die normale groep zat 15 procent van de tijd in het prediabetische bereik en 2 procent in het diabetische bereik (PMID 30040822). Ze noemden die patronen glucotypes, want mensen bleken in herkenbare types uiteen te vallen.

Dat is precies het soort inzicht dat je met een nuchtere prik nooit koopt. Wat een sensor je als gezonde sporter wel en niet leert, staat in continue glucosemeter zonder diabetes.

Waarom is een sensor tijdens het sporten minder betrouwbaar?

Omdat een sensor je bloed niet meet. Hij meet glucose in het vocht tussen je cellen, en dat loopt achter op je bloed. Bij snelle veranderingen, en sporten is de snelste verandering die je maakt, wordt dat verschil groter.

Er zit dus een vertraging in je scherm.

Een onderzoek testte een sensor tijdens twee soorten inspanning en vond een gemiddelde afwijking van 13,3 procent bij intervaltraining en 13,6 procent bij continue matige inspanning (PMID 26739116). Alle waarden bleven binnen de klinisch acceptabele zones, dus onbruikbaar is het niet. Maar 13 procent op een waarde van 6,0 is een halve millimol, en dat is precies de marge waarover mensen online ruziën.

Waarom klopt HbA1c niet altijd bij sporters?

Omdat HbA1c geen glucose meet maar versuikerde rode bloedcellen, en de aanname eronder is dat die cellen ongeveer 120 dagen meegaan. Bij duursporters en frequente bloeddonoren kan de omzet sneller lopen. Jongere cellen hebben minder tijd gehad om glucose op te pikken, dus je HbA1c valt lager uit dan je werkelijke gemiddelde.

Je marker liegt dan in je voordeel, wat de gevaarlijkste kant is.

Een onderzoek in eLife modelleerde dit en vond een mediane rodecellevensduur van 100 dagen, met een spreiding van 83 tot 102 dagen tussen mensen. Bij de kortste levensduur lag de lab-HbA1c ongeveer 2 procent lager dan de gecorrigeerde waarde (PMID 34515636).

Neem twee sporters met allebei een HbA1c van 34 mmol/mol. De een heeft trage celomzet en een eerlijke waarde. De ander traint zes keer per week duurwerk, heeft snelle omzet, en zijn echte gemiddelde ligt hoger dan zijn uitslag suggereert. Zelfde getal, ander verhaal. Meer daarover in HbA1c bij niet-diabeten.

Wat meet je thuis niet?

Insuline. Dat is geen detail, dat is het halve verhaal. Geen enkele thuismeter en geen enkele sensor kan insuline meten, en juist insuline laat zien hoeveel moeite je lichaam doet voor het getal dat je op je scherm ziet.

Dit is de belangrijkste zin van dit artikel.

Twee sporters kunnen allebei nuchter op 5,3 mmol/l zitten. De een doet dat met lage insuline, de ander met een insuline die twee keer zo hoog staat. Op elke thuismeter zijn ze identiek. In het lab zijn ze dat totaal niet. Die combinatie heet HOMA-IR, en de uitleg staat in nuchtere insuline en HOMA-IR.

Wanneer meet je?

Op het moment dat bij je vraag past, en dat is zelden "wanneer het uitkomt". Wil je je uitgangspunt, prik dan nuchter na minstens twee rustige dagen, want een zware sessie werkt door in je waarde. Wil je een maaltijdreactie, meet dan op 0, 60 en 120 minuten.

Het moment bepaalt wat je meet. Niet het apparaat.

De ochtend is trouwens je ruisigste moment, want je hormonen duwen je glucose sowieso omhoog voordat je wakker bent. Waarom dat gebeurt en waarom het niets over je metabole gezondheid hoeft te zeggen, staat in nuchtere glucose te hoog terwijl je fit bent. Welke getallen je uiteindelijk naast elkaar legt, staat in bloedsuikerwaarden als je traint.

Wat doe je hierna?

Schrijf eerst je vraag op, in één zin, voor je iets koopt. Loop dan de tabel hierboven langs en kies de methode die bij die zin hoort. Dat scheelt je in de meeste gevallen een aankoop.

Mijn advies: begin met een lab-uitgangspunt en overweeg pas daarna een sensor. Andersom meet je patronen zonder te weten waar je vandaan komt.

Wil je glucose en insuline in één keer, dan doet de HOMA-IR test dat, en 360 Gezondheid zet ze in een breder pakket. De losse waarden staan op glucose nuchter en insuline nuchter.

Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

Bronnen

  • Hall H, Perelman D, Breschi A, Limcaoco P, Kellogg R, McLaughlin T, Snyder M. Glucotypes reveal new patterns of glucose dysregulation. PLoS Biology, 2018. PMID 30040822.
  • Bally L, Zueger T, Pasi N, Carlos C, Paganini D, Stettler C. Accuracy of continuous glucose monitoring during differing exercise conditions. Diabetes Research and Clinical Practice, 2016. PMID 26739116.
  • Xu Y, Bergenstal RM, Dunn TC, Ajjan RA. Addressing shortfalls of laboratory HbA1c using a model that incorporates red cell lifespan. eLife, 2021. PMID 34515636.
  • Diabetes Fonds. Bloedsuiker meten.
  • RIVM. Cijfers over diabetes in Nederland.
E

Auteur

Enhanced Health

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten