Een DEXA scan meet je vetpercentage nauwkeuriger dan elke methode die je thuis kunt gebruiken: op dezelfde dag herhaald komt de precisie rond één procent uit. Dat is ook meteen de belangrijkste beperking. Een verschil kleiner dan ongeveer 1,2 procent vet is geen verandering, maar ruis.
Dat getal is de reden dat maandelijks scannen weggegooid geld is.
Ik vind DEXA de eerlijkste meting die je kunt kopen. Precies daarom is het zonde om hem te vaak in te zetten.
Wat meet een DEXA scan precies?
Drie compartimenten: vetmassa, vetvrije weke massa en botmineraal. De scanner stuurt röntgenstraling op twee energieniveaus door je lichaam en meet hoeveel er van elk niveau wordt tegengehouden. Omdat vet, spier en bot die twee niveaus verschillend dempen, kan het apparaat ze uit elkaar halen.
Je ligt er zeven tot vijftien minuten voor stil op een tafel.
Het grote voordeel zit in de segmentatie. Je krijgt niet alleen een totaalpercentage, maar ook links versus rechts, romp versus ledematen, en bij de meeste apparaten een schatting van je visceraal vet in grammen. Dat laatste is een ander getal dan de viscerale vetwaarde op een weegschaal, en de twee zijn niet uitwisselbaar. Wat die waarde betekent staat in visceraal vet.
De stralingsbelasting van een lichaamssamenstellingsscan is laag, in de orde van wat je in een gewone dag aan achtergrondstraling oploopt. Het RIVM houdt die achtergrondblootstelling voor Nederland bij. Weinig, maar niet nul, en dat is een reden te meer om niet elke maand te scannen.
Hoe nauwkeurig is een DEXA scan echt?
Nauwkeuriger dan de rest, en toch niet exact. Herhaal je de scan op dezelfde dag, dan varieert het vetpercentage typisch minder dan één procent. Herhaal je hem op een andere dag, dan loopt die variatie op, omdat je vochtbalans en maaginhoud dan ook zijn veranderd.
| Situatie | Typische spreiding | Wat je eruit mag lezen |
|---|---|---|
| Twee scans, zelfde dag, tussendoor opstaan | rond 1 procent vet | de apparaatfout zelf |
| Twee scans, verschillende dagen | iets ruimer | apparaat plus jouw dagvariatie |
| Kleinste betekenisvolle verandering | rond 1,2 procent vet | daaronder: geen verandering aantoonbaar |
| Totale vetmassa, elitesporters | rond 280 gram, ruwweg 2 procent | eigen drempel per populatie nodig |
Zemski en collega's lieten krachtsporters twee keer scannen op dezelfde dag en op opeenvolgende dagen, en kwamen op een kleinste betekenisvolle verandering rond 1,2 procent vet (PMID 30454952). Barlow en collega's deden hetzelfde bij rugbyspelers en vonden een precisiefout van ongeveer 280 gram vetmassa, met de conclusie dat elke populatie zijn eigen drempel nodig heeft (PMID 26072358).
Dat is de zin die op geen enkele Nederlandse kliniekpagina staat.
Stel je verliest in acht weken 0,8 procent vet volgens twee DEXA-scans, dan weet je niet of je iets verloren hebt. Verlies je 3 procent, dan weet je het wel.
Mijn eigen regel is daarom simpel: onder de anderhalve procent doe ik er niets mee.
Hoe vaak laat je een DEXA scan doen?
Zo vaak als er een verandering in past die groter is dan de meetfout. Voor de meeste mensen betekent dat één keer per drie tot zes maanden. In een actieve cut of bulk verschuift je vetpercentage genoeg om er na twaalf weken iets zinnigs uit te lezen; in onderhoud duurt dat langer.
Twee scans per jaar leveren meer op dan zes.
Een uitzondering is het begin. Een eerste scan aan de start van een traject is waardevol, ook als je hem pas veel later herhaalt, omdat je dan een echt vertrekpunt hebt in plaats van een schatting van je weegschaal.
Tussendoor meet je goedkoper verder. Een huidplooimeting of een weegschaal thuis is te grof voor een absoluut getal, maar prima om de richting tussen twee scans in te volgen.
Hoe bereid je je voor op een DEXA scan?
Door hem exact te herhalen zoals de vorige. Kom nuchter, op hetzelfde tijdstip, zonder te hebben getraind, na het toilet, en zonder metaal aan je lichaam. Draag dezelfde soort kleding. Verschillen in vochtbalans en maaginhoud zijn de grootste bron van variatie tussen twee scans.
Vooral dat nuchtere deel wordt vaak overgeslagen.
Een liter vocht weegt een kilo en wordt door de scanner deels als vetvrije massa gezien. Scan je de ene keer nuchter en de andere keer na het ontbijt, dan meet je vooral je ontbijt.
Plan de scan ook niet in de dagen na een zeer zware trainingsweek. Spierschade gaat gepaard met vochtophoping in het spierweefsel, en dat telt mee als vetvrije massa.
Is een DEXA scan de moeite waard?
Als je een beslissing neemt die groter is dan de prijs, ja. Een scan aan het begin en het einde van een traject van vier maanden vertelt je of je vet verloor of spier, en dat onderscheid kun je met geen enkele goedkopere methode betrouwbaar maken. Voor wekelijkse controle is het overkill.
Een lichaamssamenstellingsscan valt bovendien buiten de medische indicatie, dus reken op eigen kosten. Prijzen verschillen per centrum, dus vraag ernaar voordat je boekt.
Mijn advies is om twee scans in te plannen voordat je de eerste boekt. Eén losse meting geeft je een getal, twee metingen geven je een antwoord.
Waar een DEXA-scan geen antwoord op geeft, is de metabole vraag. Hoeveel vet je draagt is iets anders dan wat je stofwisseling ermee doet, en dat lees je eerder af aan je triglyceriden en je nuchtere insuline. Die zitten samen in het 360 gezondheidspanel.
De volledige vergelijking van alle methodes staat in vetpercentage: wat is gezond en hoe meet je het.
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Bronnen
- Zemski AJ, Keating SE, Broad EM, Slater GJ. Same-day vs consecutive-day precision error of dual-energy X-ray absorptiometry for interpreting body composition change in resistance-trained athletes. Journal of Clinical Densitometry, 2019;22(1):104-114. PMID 30454952.
- Barlow MJ, Oldroyd B, Smith D, et al. Precision error in dual-energy X-ray absorptiometry body composition measurements in elite male rugby league players. Journal of Clinical Densitometry, 2015;18(4):546-50. PMID 26072358.
- Ackland TR, Lohman TG, Sundgot-Borgen J, et al. Current status of body composition assessment in sport. Sports Medicine, 2012;42(3):227-49. PMID 22303996.
- Esco MR, Snarr RL, Leatherwood MD, et al. Comparison of total and segmental body composition using DXA and multifrequency bioimpedance in collegiate female athletes. Journal of Strength and Conditioning Research, 2015;29(4):918-25. PMID 25353076.
- RIVM. Straling in Nederland, achtergrondblootstelling.
Auteur