Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...
Terug naar Blog
Hart & vaten

Boezemfibrilleren symptomen: wat duursporters moeten weten

E
Enhanced Health
6 min lezen
Wielrenster fietst op een landweg tussen het groen.
Foto: Lucas Canino via Unsplash

De symptomen van boezemfibrilleren zijn een snelle, onregelmatige hartslag die minuten tot uren aanhoudt, kortademigheid, duizeligheid en vermoeidheid die niet bij je inspanning past. Bij duursporters valt vaak vooral het vermogensverlies op. Je gebruikelijke tempo voelt ineens zwaar.

Een flink deel van de mensen merkt helemaal niets.

Dat laatste maakt het onderwerp lastig. Een ritmestoornis die je niet voelt, ontdek je bij toeval of helemaal niet.

Hoe voelt boezemfibrilleren precies?

Als een motor die onregelmatig loopt. Je hartslag is snel en volstrekt ongelijkmatig, zonder patroon, en dat houdt langer aan dan een enkele overslag. Veel mensen beschrijven het als fladderen in de borst, gecombineerd met het gevoel dat er kracht uit hun benen weg is.

De duur is het bruikbaarste kenmerk.

Een losse extra slag duurt een fractie van een seconde. Boezemfibrilleren houdt aan, van enkele minuten tot enkele uren, en soms langer. Als je het gevoel kunt uitzitten en het blijft, dan is dat een ander verhaal dan een enkele bonk.

Wat je voeltPast bij boezemfibrillerenPast eerder bij iets anders
DuurMinuten tot urenEen fractie van een seconde
PatroonVolledig onregelmatigRegelmatig, of meebewegend met je adem
TempoSnel, ook in rustNormaal tot laag in rust
PrestatieDuidelijk vermogensverliesVermogen blijft gelijk
Bij inspanningBlijft aanwezigVerdwijnt vaak

Die onderste rij is praktisch. Veel goedaardige ritmegevoelens lossen op zodra je hartslag stijgt. Boezemfibrilleren doet dat niet.

Een ritme dat netjes met je ademhaling meebeweegt is bijna altijd iets anders, beschreven in sinusaritmie. Losse overslagen staan in extrasystolen bij sporters.

Lopen duursporters meer risico op boezemfibrilleren?

Bij langdurige, intensieve duurtraining lijkt het risico verhoogd. Dat klinkt tegenstrijdig, want bewegen beschermt het hart op vrijwel elke andere manier. Voor deze specifieke ritmestoornis ligt het verband niet recht, maar gebogen.

Onderzoekers noemen dat een U-curve.

Matige inspanning gaat gepaard met een lager risico dan zittend leven. Bij zeer hoge, jarenlang volgehouden belasting draait dat voordeel om. Een prospectieve studie beschreef die dosis-respons voor lone atrial fibrillation (PMID 26333377), en een analyse over het aantal jaren duursport vond eenzelfde patroon (PMID 25169984).

Een nationaal cohortonderzoek uit 2019 bevestigde het dosis-responskarakter in de algemene bevolking (PMID 31519947).

Belangrijk om erbij te zeggen: het gaat om associaties op groepsniveau, bij groepen die decennialang intensief trainden. Ze voorspellen niets over jouw hart en zijn geen reden om te stoppen met sporten.

Hoeveel training is dan te veel?

Daar bestaat geen grens die op individueel niveau klopt. De studies werken met categorieën als jaren duurtraining of uren per week, en de risicostijging komt pas in beeld bij het hoogste segment: mensen die tientallen jaren hoog volume draaien, vaak mannen boven de veertig.

Voor de meeste recreatieve sporters speelt dit niet.

Wat wel meespeelt is de structurele kant. Onderzoek uit 2022 keek naar het rechterhart bij levenslange recreatieve duursporters met en zonder aanvalsgewijs boezemfibrilleren (PMID 35760278). Het hart van een duursporter past zich aan, en boezems die jarenlang meer volume verwerken worden groter.

Wat die aanpassing normaal maakt en wanneer niet, staat in sportershart.

Waarom hebben duursporters minder beroertes ondanks meer boezemfibrilleren?

Omdat het risico op een beroerte niet alleen door het ritme wordt bepaald. Duursporters scoren doorgaans gunstiger op bloeddruk, gewicht, bloedsuiker en conditie, en dat zijn allemaal factoren in dezelfde risicoberekening. Het ritme is één ingrediënt, niet het hele recept.

Dat verandert hoe je een diagnose moet lezen.

Boezemfibrilleren bij een fitte vijftiger met een lage bloeddruk is iets anders dan dezelfde diagnose bij iemand met overgewicht en diabetes. Waarom de standaardrisicoberekening bij sporters vaak scheef uitpakt staat in cardiovasculair risico bij sporters.

Twee mannen van 58 met dezelfde diagnose maken dat verschil zichtbaar. De een fietst al dertig jaar, weegt 74 kilo en heeft een bloeddruk van 118 over 74. De ander is de laatste tien jaar niet meer gaan sporten, weegt 104 kilo en heeft een bloeddruk van 152 over 94.

Zelfde ritmestoornis, een ander risicoplaatje.

Op papier staat bij allebei boezemfibrilleren. De rest van hun profiel bepaalt wat die diagnose praktisch betekent, en dat is precies waarom de uitslag zelf niet het hele verhaal is.

De Hartstichting is duidelijk dat sporten met boezemfibrilleren in overleg meestal gewoon kan. De vraag is niet of je mag bewegen, maar hoe hard en onder welke begeleiding.

Welke bloedwaarden horen bij deze klacht?

Je schildklier staat bovenaan. Baumgartner en collega's volgden ruim 30.000 mensen en zagen dat schildklierwaarden binnen het normale bereik al samenhingen met het risico op boezemfibrilleren, waarbij een hogere vrije T4 bij een hoger risico hoorde (PMID 29061566).

Dat is een opvallende bevinding, want die uitslagen gelden formeel als normaal.

Daarnaast tellen de gebruikelijke verstoorders mee. Kalium en magnesium sturen de prikkelgeleiding, en bij lange sessies in de hitte lopen die het snelst uit de pas. Ontstekingswaarden en ijzerstatus zijn nuttig als je klacht samengaat met vermoeidheid.

Concreet: TSH, vrij T4, kalium en magnesium. Ze zitten samen in het hartpanel.

De schildklierroute is uitgewerkt in hartkloppingen en je schildklier.

Wat doe je als je dit herkent?

Laat het vastleggen terwijl het gebeurt. Een ECG als je nergens last van hebt levert vrijwel niets op, want het ritme moet gevangen worden tijdens een episode. Daarom vraagt een arts een holter of een event recorder aan, soms voor twee weken.

Noteer intussen zelf de duur en het tijdstip.

Ga bij duizeligheid, bijna flauwvallen, pijn op de borst of kortademigheid die niet bij je inspanning past dezelfde dag naar de huisarts. Flauwvallen tijdens inspanning is altijd reden voor direct contact.

Een smartwatch met ritmemelding kan een aanwijzing geven, maar is geen diagnose. Zie de melding als aanleiding voor een echt ECG, niet als vervanging ervan. De bredere triage staat in hartkloppingen bij sporten.

Wat ik zelf het belangrijkste vind aan dit onderwerp: de U-curve wordt online vaak gebruikt om mensen bang te maken voor duursport. Dat is een verkeerde les uit een genuanceerde bevinding.

Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

Bronnen

  • Emerging risk factors and the dose-response relationship between physical activity and lone atrial fibrillation: a prospective case-control study. Europace, 2016. PMID 26333377.
  • Effect of years of endurance exercise on risk of atrial fibrillation and atrial flutter. The American Journal of Cardiology, 2014. PMID 25169984.
  • Physical activity and risk of atrial fibrillation: a nationwide cohort study in general population. Scientific Reports, 2019. PMID 31519947.
  • Right heart structure and function in lifelong recreational endurance athletes with and without paroxysmal atrial fibrillation. Journal of the American Society of Echocardiography, 2022. PMID 35760278.
  • Baumgartner C, da Costa BR, Collet TH, et al. Thyroid function within the normal range, subclinical hypothyroidism, and the risk of atrial fibrillation. Circulation, 2017;136(22):2100-2116. PMID 29061566.
  • Hartstichting. Kan ik nog sporten met boezemfibrilleren?
E

Auteur

Enhanced Health

Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten