Extrasystolen zijn extra hartslagen die te vroeg komen, en bij een gezond hart zijn ze vrijwel altijd onschuldig. Bijna iedereen heeft ze, de meeste mensen voelen ze nooit. Je hart slaat niet over, het slaat juist een keer extra.
Wat je voelt is de pauze erna.
Die pauze geeft de kamer extra tijd om vol te lopen, waardoor de volgende slag krachtiger uitvalt. Die krachtige slag is de bonk die je in je borst voelt, niet de extra slag zelf.
Wat zijn extrasystolen precies?
Een extrasystole is een hartslag die eerder komt dan het normale ritme voorschrijft. De prikkel ontstaat buiten de sinusknoop, in de boezem of in de kamer. Daarna volgt een korte pauze voordat het gewone ritme het weer overneemt.
Er zijn twee soorten, en het onderscheid telt.
Boezemextrasystolen komen uit de bovenste hartkamers en zijn zelden een probleem. Ventriculaire extrasystolen komen uit de onderste kamers, en die worden bij grote aantallen wel gevolgd. Op welke van de twee je zit, kun je niet voelen. Daar is een ECG voor nodig.
Hoeveel extrasystolen per dag zijn te veel?
Dat hangt af van het aandeel in je totale slagen, niet van het aantal dat je voelt. Baman en collega's vonden dat een ventriculaire extraslaglast boven de 24 procent het beste onderscheid maakte tussen mensen met een verminderde en een normale pompfunctie. De laagste last die bij hen een omkeerbare cardiomyopathie gaf, was 10 procent (PMID 20348027).
Reken dat om en het wordt bruikbaar.
Een hart klopt ruwweg 100.000 keer per dag. Tien procent is dan 10.000 extra slagen, en 24 procent bijna 24.000. Wie er vijf per uur voelt zit op ongeveer 120 per dag, ruim onder een tiende procent.
| Aantal per dag | Aandeel van je slagen | Wat dat doorgaans betekent |
|---|---|---|
| Enkele tot honderden | Onder 1 procent | Geldt als normaal |
| Rond 1.000 | Ongeveer 1 procent | Vaak nog onschuldig, wel noteren |
| Rond 10.000 | Ongeveer 10 procent | Onderzoeksgrens uit de literatuur |
| Boven 24.000 | Boven 24 procent | Sterk verhoogde kans op pompverlies |
De getallen in die tabel komen uit onderzoek bij patiënten die al voor ritmeklachten waren doorverwezen. Ze zijn een schaal om je eigen beleving tegen af te zetten, geen afkapwaarde voor jezelf.
Stel, twee sporters voelen allebei ongeveer 10 overslagen per uur op een rustige avond. Bij de een telt de holter er 180 over een hele dag, bij de ander ruim 12.000.
Zelfde beleving, een factor zeventig verschil.
De eerste zit rond 0,2 procent van zijn dagtotaal en hoort in de bovenste rij van de tabel. De tweede zit rond 12 procent en valt in de categorie waar cardiologen naar kijken. Geen van beiden had dat kunnen weten zonder te meten.
Het enige dat het echte aantal vaststelt is een holter over 24 uur. Op gevoel schat vrijwel iedereen te hoog, omdat je alleen de slagen telt die je merkt.
Waarom voel je ze vooral in rust en na het sporten?
Omdat je hartslag dan laag is en je vagale tonus hoog. Tegen een rustig ritme van vijftig slagen valt een extra slag sterk op. Tijdens inspanning klopt je hart snel en gaan losse extra slagen op in het tempo, waardoor je ze nauwelijks merkt.
Bij getrainde sporters is dat effect groter.
Een lage rusthartslag is precies de toestand waarin je een uitschieter opmerkt. Dat betekent dat je klacht kan toenemen terwijl je conditie verbetert, wat tegenintuïtief voelt. Waarom je rusthartslag daalt staat in rusthartslag en herstel.
Het uur op de bank na een zware training is daarom het klassieke moment.
Wanneer zijn extrasystolen bij sporten wel zorgelijk?
Als ze tijdens inspanning toenemen in plaats van verdwijnen. Dat is het bruikbaarste onderscheid dat er bestaat en het staat zelden ergens beschreven. Extra slagen die bij een oplopende hartslag wegvallen, wijzen doorgaans op een goedaardige vorm.
Andersom is een reden voor onderzoek.
Daarnaast gelden dezelfde grenzen als bij andere ritmeklachten. Duizeligheid, bijna flauwvallen, pijn op de borst of kortademigheid die niet bij je inspanning past, horen bij de huisarts. Flauwvallen tijdens inspanning is altijd reden voor onderzoek, ook als je verder topfit bent.
Een familiegeschiedenis met plotselinge hartdood op jonge leeftijd hoort in datzelfde gesprek thuis. Wat een klinische inspanningstest daarvan ziet staat in inspanningstest uitgelegd.
Helpt het om te stoppen met koffie?
Waarschijnlijk minder dan je hoopt. Vrijwel elke Nederlandse pagina over dit onderwerp noemt cafeïne als eerste boosdoener, maar het gerichte onderzoek ondersteunt dat advies niet. Newby en collega's concludeerden in 1996 dat cafeïnebeperking geen rol heeft bij symptomatische ventriculaire extraslagen (PMID 8983684).
Dat is één studie uit 1996, met een kleine groep.
Ik lees het dus niet als bewijs dat koffie onschuldig is. Wel als reden om het zelf te testen in plaats van het advies klakkeloos over te nemen. Twee weken zonder, en dan eerlijk kijken of er iets veranderde.
Bij de sporters die ik spreek is slaaptekort veruit de sterkste trigger, gevolgd door alcohol. Cafeïne staat verrassend laag in die rij. Hoe cafeïne verder werkt staat in cafeïne en pre-workout.
Welke bloedwaarden horen erbij?
Je elektrolyten en je schildklier. Kalium en magnesium sturen de elektrische prikkelgeleiding in de hartspier, en bij lage waarden neemt de neiging tot extra slagen toe. Schildklierhormoon verlaagt de prikkeldrempel, waardoor extra slagen makkelijker ontstaan.
Beide zijn met één afname uit te sluiten.
Baumgartner en collega's lieten zien dat zelfs schildklierwaarden binnen het normale bereik samenhingen met het risico op boezemfibrilleren (PMID 29061566). Dat gaat over een andere ritmestoornis, maar het onderstreept dat een uitslag niet afwijkend hoeft te zijn om iets te betekenen.
Kijk naar kalium, magnesium en TSH. Bij veel zweten en lange sessies is elektrolyten en hydratatie het startpunt.
Deze waarden zitten samen in het hartpanel.
Wat doe je er praktisch mee?
Noteer twee dingen: wanneer ze komen en of ze tijdens inspanning verdwijnen. Die tweede vraag beantwoordt de helft van je onzekerheid en kost je niets. Doe een rustige duurloop en let op wat er gebeurt zodra je hartslag boven de 130 komt.
Verdwijnen ze daar, dan is dat een geruststellend teken.
Blijft de klacht weken aanhouden, dan zijn een holter en een bloedbeeld de twee stappen met een concrete uitkomst. Voel je een ritme dat snel en langdurig onregelmatig blijft, dan gaat het om iets anders: zie boezemfibrilleren bij duursporters.
Een onregelmatig gevoel dat netjes met je ademhaling meebeweegt is weer een derde categorie, beschreven in sinusaritmie. De volledige triage staat in hartkloppingen bij sporten.
Wat mij het meest opvalt: mensen schrikken van het gevoel, terwijl het aantal bijna altijd meevalt zodra het echt geteld wordt.
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Bronnen
- Baman TS, Lange DC, Ilg KJ, et al. Relationship between burden of premature ventricular complexes and left ventricular function. Heart Rhythm, 2010;7(7):865-869. PMID 20348027.
- Newby DE, Neilson JM, Jarvie DR, Boon NA. Caffeine restriction has no role in the management of patients with symptomatic idiopathic ventricular premature beats. Heart, 1996;76(4):355-357. PMID 8983684.
- Baumgartner C, da Costa BR, Collet TH, et al. Thyroid function within the normal range, subclinical hypothyroidism, and the risk of atrial fibrillation. Circulation, 2017;136(22):2100-2116. PMID 29061566.
- Hartstichting. Hartritmestoornissen.
- Thuisarts. Ik heb hartkloppingen.
Auteur
Enhanced Health
Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid