Een marathonloper van 34 laat een echo maken voor een keuring. Zijn linkerkamer blijkt ruimer dan gemiddeld. Thuis typt hij "sportershart" in en vindt twee soorten pagina's: de ene zegt dat het volstrekt normaal is, de andere dat het gevaarlijk kan zijn.
Wat geen van beide doet, is uitleggen hoe je het verschil ziet.
Ik vind dat de vervelendste vorm van voorlichting die er is. Er bestaat namelijk wel degelijk een gemeten grens, vastgelegd bij 947 topsporters. Daar begin ik mee.
Wat is een sportershart precies?
Een sportershart is de aanpassing van je hartspier aan jarenlange training. Je linkerkamer wordt ruimer, de wand iets dikker, en je hart pompt per slag meer bloed weg. Daardoor kan je rusthartslag flink dalen zonder dat er iets mis is. Het is een gevolg van belasting, geen ziekte.
De term dekt twee dingen die vaak door elkaar lopen. Duursporters krijgen vooral een ruimere kamer, krachtsporters vooral een iets dikkere wand. Wie beide traint, ziet meestal beide.
Je rusthartslag is de goedkoopste graadmeter die je hebt. Wat hij wel en niet zegt, staat in wat je rusthartslag over je herstel zegt.
Hoe weet je of je een sportershart hebt?
Met een echo van je hart, en anders niet. Een sportershart is een structurele verandering, dus je moet hem zien om hem vast te stellen. Een lage rusthartslag of een afwijkend ECG maken het aannemelijker, maar bewijzen niets. Bloedonderzoek kan het niet aantonen en niet uitsluiten.
Dat laatste wil ik nadrukkelijk zeggen, want het is precies wat sporters hopen. Een buisje bloed vertelt je iets over ijzer, ontsteking en herstel. Het vertelt je niets over de afmetingen van je linkerkamer.
Daar heb je een echo voor nodig, en die vraagt je huisarts of sportarts aan.
Wat zijn de kenmerken van een sportershart?
Een lage rusthartslag, een ruimere linkerkamer, een licht verdikte wand en een normaal knijpende hartspier. Op een ECG zie je vaak trage geleiding en hoge uitslagen. Het belangrijkste kenmerk is misschien wel wat er niet bij hoort: klachten. Wie een sportershart heeft, presteert gewoon.
Pelliccia en collega's onderzochten 947 Italiaanse topsporters met een echo en beschreven de bovengrens. De wanddikte liep uiteen van 7 tot 16 mm, en slechts 16 sporters (1,7 procent) zaten op 13 mm of meer (PMID 1824720).
Bij alle zestien was de linkerkamer ook vergroot.
Dat is de zin waar het om draait. Een dikkere wand hoort bij een ruimere kamer. Komt de dikte alleen, dan past dat patroon minder goed bij training.
De overgrote meerderheid van de getrainde sporters zat dus ruim binnen het fysiologische bereik. Slechts een kleine minderheid kwam in de buurt van de grens, en dat waren roeiers, kanoërs en wielrenners. Hieronder staan de kenmerken naast elkaar, met per rij het onderscheid dat ertoe doet.
| Kenmerk | Past bij een sportershart | Reden om het te laten uitzoeken |
|---|---|---|
| Rusthartslag | Laag, vaak 40 tot 55, passend bij je trainingsvolume | Laag en samen met duizeligheid of wegraken |
| Wanddikte linkerkamer | Meestal onder 12 mm, zelden 13 mm of meer | 13 mm of meer zonder een vergrote kamer erbij |
| Kamerdiameter | Vergroot, in verhouding tot de wanddikte | Vergroot terwijl de pompfunctie tegenvalt |
| Reactie op detraining | Neemt af na weken tot maanden minder trainen | Blijft onveranderd na een lange rustperiode |
| Klachten bij inspanning | Geen, je presteert zoals je gewend bent | Pijn op de borst, kortademigheid of wegraken tijdens inspanning |
| Familiegeschiedenis | Leeg | Hartspierziekte of onverwacht overlijden op jonge leeftijd in de familie |
| Herstel van je hartslag | Zakt vlot in de eerste minuut na inspanning | Blijft hoog, en dat is nieuw voor jou |
Is een sportershart goed of gevaarlijk?
Voor de meeste getrainde sporters is het een normale aanpassing en geen reden tot zorg. Het onderscheid dat artsen maken, gaat niet over grootte maar over het patroon. De ESC omschrijft een cardiomyopathie als een hartspier die structureel en functioneel afwijkt, zonder andere verklaring (PMID 17916581).
Bij een sportershart is de functie normaal. Dat is het scharnierpunt: een ruimere kamer die prima pompt, is iets anders dan een ruimere kamer die dat niet doet.
De Hartstichting houdt dezelfde lijn aan: een sporthart is op zichzelf geen ziekte.
Er is één punt waarop ik zou doorvragen, en dat is je familie. De ESC-indeling splitst hartspierziekten uitdrukkelijk in familiaire en niet-familiaire vormen (PMID 17916581). Komt zoiets in je familie voor, of een onverwacht overlijden op jonge leeftijd, dan is dat het benoemen waard bij je huisarts.
Verdwijnt een sportershart als je stopt met trainen?
Deels, en dat is het bruikbaarste onderscheid dat er bestaat. Een aanpassing die door training is ontstaan, kan afnemen zodra die training wegvalt. Bij langere rust zie je de kamerdiameter en de wanddikte vaak teruglopen richting normaal. Een hartspierziekte reageert niet op detraining.
Cardiologen gebruiken dat verschil ook echt, bijvoorbeeld na een blessureperiode van een paar maanden. Het kost tijd, maar het is een van de weinige manieren om de vraag direct te beantwoorden.
Dat is meteen de reden waarom niemand hier haast heeft.
Hoort een rusthartslag van 38 bij een sportershart?
Die kan er prima bij horen, zeker bij een goed getrainde duursporter. Een lage rusthartslag ontstaat doordat je hart per slag meer bloed wegpompt en je zenuwstelsel de frequentie afremt. Op zichzelf zegt het getal weinig over de afmetingen van je hart. Het zegt vooral iets over je conditie.
Wat wel opvalt: een lage hartslag die samengaat met duizeligheid of wegraken is een ander verhaal. Dan gaat het niet meer om het getal, maar om de klacht.
Waarom stijgt je troponine na een lange inspanning?
Omdat inspanning zelf troponine in je bloed kan brengen. Troponine is het eiwit waarmee artsen hartschade opsporen, en gezonde sporters laten er na een lange harde inspanning vaak een stijging van zien. Onderzoek suggereert dat dit meestal geen schade weerspiegelt. De timing van je prik doet er dus toe.
Shave en collega's vatten dit samen in de JACC. Stijgingen na inspanning komen veel voor bij gezonde deelnemers, ze pieken kort na afloop en zakken doorgaans binnen een dag of twee weer terug (PMID 20620736).
Geen enkele Nederlandse sporterspagina noemt dit. Dat vind ik een gemis, want het is precies de situatie die onrust veroorzaakt.
Neem twee wielrenners, allebei met een rusthartslag van 42 slagen per minuut. De een prikt op maandag, twee uur na een rit van 160 kilometer. De ander prikt op donderdag, na drie rustige dagen.
Alleen bij de tweede meet je een rustwaarde.
Praktisch betekent dat: plan bloedonderzoek niet vlak na je zwaarste sessie van de week. Dat geldt ook voor ontstekingswaarden zoals hs-CRP, die na een harde training tijdelijk hoger kunnen staan.
Wat een bloedtest hier wel en niet doet
Een bloedtest kan een sportershart niet aantonen en niet uitsluiten. Wat hij wel doet, is de omgeving in kaart brengen waarin je hart zijn werk doet: ijzer, ontsteking, schildklier, nierwaarden en vetten.
Dat is context, geen hartonderzoek.
Voor duursporters is die context vaak nuttiger dan verwacht, omdat een lage ijzervoorraad je hartslag bij dezelfde inspanning omhoog kan duwen. Hoe dat samenhangt met herstel staat in bloedwaarden voor duursporters en in sneller herstellen na het sporten.
Loopt je hartslag op bij een vast tempo, dan is dat eerder een herstelsignaal dan een hartsignaal. Waarom je zones daarbij vaak verkeerd staan, staat in hartslag tijdens het sporten.
Het bredere plaatje van je risico als fitte dertiger staat in cardiovasculair risico bij sporters.
Wat doe je hierna?
Ga niet op forums op zoek naar geruststelling, maar zorg dat je prik eerlijk staat. Plan je bloedonderzoek minstens twee dagen na je zwaarste sessie. Heb je klachten tijdens inspanning, of een hartspierziekte in de familie, maak dan rustig een afspraak bij je huisarts of een sportarts.
Mijn eigen lijn: ik behandel een echo en een bloedtest als twee losse gereedschappen. De echo beantwoordt de vraag over je hart. Het bloed beantwoordt de vraag over je herstel.
Die brede achtergrondwaarden prik je met 360 Gezondheid.
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Bronnen
- Pelliccia A, Maron BJ, Spataro A, Proschan MA, Spirito P. The upper limit of physiologic cardiac hypertrophy in highly trained elite athletes. New England Journal of Medicine, 1991;324(5):295-301. PMID 1824720.
- Shave R, Baggish A, George K, et al. Exercise-induced cardiac troponin elevation: evidence, mechanisms, and implications. Journal of the American College of Cardiology, 2010;56(3):169-76. PMID 20620736.
- Elliott P, Andersson B, Arbustini E, et al. Classification of the cardiomyopathies: a position statement from the ESC Working Group on Myocardial and Pericardial Diseases. European Heart Journal, 2008;29(2):270-6. PMID 17916581.
- Hartstichting. Informatie over het sporthart en hartklachten bij sporters.
Auteur