Whoop
Een uitgebreid bloedonderzoek met 44 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Lp(a) is het enige getal op uw panel dat u met training niet kunt verbeteren. Het is een LDL-achtig deeltje met een extra eiwit erop, en de hoogte ervan ligt voor meer dan 90 procent vast in uw DNA. Een trainingsblok, een cut of een schoon dieet verschuift deze waarde niet noemenswaardig. Precies daarom meet u Lp(a) één keer en kent u het daarna. Een verhoogde waarde is geen falen en geen project. Het is de reden dat uw overige doelen strenger worden: uw ApoB, uw non-HDL, uw bloeddruk en uw insulinegevoeligheid krijgen dan minder speelruimte dan bij iemand zonder deze aanleg.
Beoordeling door arts inbegrepen
| Uitslag | Waarde (g/l) |
|---|---|
| Normaal | < 0,3 |
| Grenswaarde | 0,3–0,5 |
| Verhoogd | ≥ 0,5 |
Lp(a) is grotendeels erfelijk bepaald en blijft levenslang vrijwel constant. Het risico stijgt geleidelijk met de waarde; de EAS benadrukt dat er geen biologische drempel is. De NHG-Standaard CVRM hanteert > 50 mg/dl (0,50 g/l, 80e percentiel) als afkapwaarde en adviseert géén screening van de algemene bevolking. Ons laboratorium hanteert zelf een strengere bovengrens (0,3 g/l), die overeenkomt met de EAS-ondergrens van het grijze gebied.
Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)
Bron: European Atherosclerosis Society Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
De bepaling meet hoeveel Lp(a) er in uw bloed circuleert. Een Lp(a)-deeltje is in de kern een LDL-deeltje, compleet met het ene molecuul apolipoproteïne B dat elk atherogeen deeltje draagt. Het verschil zit in een tweede eiwit dat eraan vastzit: apolipoproteïne(a). Dat is meteen de reden dat Lp(a) apart wordt gemeten en niet uit uw gewone lipidenpanel valt af te leiden. Een keurig cholesterolprofiel zegt niets over uw Lp(a).
Voor wie gewend is bloedwaarden te sturen, is de belangrijkste eigenschap deze: Lp(a) is niet stuurbaar. Het aantal KIV-2-herhalingen in het LPA-gen bepaalt hoe groot het apo(a)-eiwit is en hoeveel Lp(a) uw lever afgeeft. Die aanleg staat vast vanaf uw geboorte en verklaart meer dan 90 procent van het verschil tussen mensen. Periodisering, koolhydraatbeperking of tien kilo eraf veranderen daar vrijwel niets aan. Waar uw triglyceriden binnen weken kunnen kantelen en uw ferritine binnen een blok wegzakt, staat Lp(a) stil.
Let tot slot op de eenheid. Uw uitslag staat in g/l, een massa-eenheid; internationaal ziet u vaak mg/dl (0,30 g/l is 30 mg/dl) of nmol/l. Die laatste telt deeltjes in plaats van gewicht en heeft internationaal de voorkeur, juist omdat het apo(a)-eiwit bij de ene persoon veel groter is dan bij de andere. Er bestaat daardoor geen betrouwbare vaste omrekenfactor tussen mg/dl en nmol/l. Zet uitslagen in verschillende eenheden dus niet naast elkaar alsof ze hetzelfde meten, en vergelijk bij voorkeur binnen hetzelfde laboratorium.
Op een sportpanel staat vrijwel alles wat u kunt beïnvloeden. Ferritine, glucose, triglyceriden, LDL: stuk voor stuk waarden die reageren op wat u eet, hoe u traint en hoe u herstelt. Lp(a) is de uitzondering, en dat maakt de omgang ermee psychologisch lastig. Wie gewend is een afwijkende waarde als project te behandelen, loopt hier vast, want er is geen protocol dat dit getal omlaag brengt.
De juiste reactie is dan ook een andere. Een verhoogd Lp(a) betekent dat u met precies dezelfde LDL-cholesterol en dezelfde bloeddruk als uw trainingsmaatje een hoger levenslang risico op hart- en vaatziekten draagt. Uw risico begint op een hoger startpunt, en dat startpunt heeft u niet gekozen. Precies daarom wordt alles wat wél stuurbaar is belangrijker, niet minder belangrijk.
Concreet gaat het om het aantal atherogene deeltjes dat jarenlang langs uw vaatwand schuurt. Dat aantal leest u af aan ApoB en non-HDL-cholesterol, niet aan uw totaal cholesterol. Daarnaast tellen bloeddruk, roken, insulinegevoeligheid en visceraal vet mee. Bij een verhoogd Lp(a) is er in die waarden simpelweg minder speelruimte, en levert het strak houden ervan meer op dan bij iemand zonder deze aanleg. Hoe streng dat moet zijn, bepaalt uw arts samen met u.
Twee dingen worden hierbij vaak verkeerd begrepen. Ten eerste: een statine verlaagt Lp(a) niet en verhoogt de waarde zelfs licht, dus wie hoopt dat een cholesterolverlager dit oplost, hoopt op het verkeerde middel. Ten tweede: er wordt gewerkt aan medicijnen die de aanmaak van Lp(a) gericht remmen. Die verlagen het getal fors, maar het is nog niet aangetoond dat dat ook minder hartinfarcten oplevert; die uitkomststudies lopen nog. Behandel berichten daarover dus als veelbelovend, niet als bewezen.
En dan de sport zelf. Uithoudingstraining verbetert uw bloeddruk, uw insulinegevoeligheid en uw triglyceriden, en dat blijft onverminderd de moeite waard. Alleen niet via Lp(a). Verwacht daar geen effect, en trek uit het uitblijven ervan vooral geen conclusies over de kwaliteit van uw training.
Eén keer meten en dan weten. Dat is de volledige testfrequentie voor Lp(a), en voor wie gewend is elk kwartaal een panel te draaien is dat even wennen. De waarde ligt genetisch vast en verandert niet met een offseason, een blok volume of een wedstrijdseizoen, dus een herhaalmeting levert vooral ruis op. De Europese consensus uit 2022 adviseert dan ook om Lp(a) bij iedere volwassene minstens één keer in het leven te bepalen.
Er is één moment waarop u de bepaling beter uitstelt: tijdens of vlak na een acute ontsteking. Lp(a) gedraagt zich deels als een acutefase-eiwit, dus een infectie, een operatie of een forse blessure kan de waarde tijdelijk optillen. Een CRP in hetzelfde buisje laat zien of daar sprake van is. Een zware trainingsweek of een wedstrijd zijn géén reden om te wachten: die verschuiven Lp(a) niet zoals ze bijvoorbeeld CK of cortisol verschuiven.
Twee aandoeningen kunnen de waarde structureel optillen: een verminderde nierfunctie of nefrotisch syndroom, en een traag werkende schildklier. Bij een onverwacht hoge uitslag is het daarom zinvol om ook naar uw TSH te kijken. Nuchter zijn hoeft niet; een maaltijd verschuift Lp(a) nauwelijks, dus de bepaling past probleemloos in een bestaande bloedafname.
De onderstaande categorieën komen uit de Europese consensus en zijn oriënterend, geen afkapwaarde.
| Uw waarde (g/l) | Equivalent in mg/dl | nmol/l (benaderend) | Wat het betekent |
|---|---|---|---|
| tot 0,30 | tot 30 | tot 75 | geen extra erfelijk risico uit deze hoek |
| 0,30 tot 0,50 | 30 tot 50 | 75 tot 125 | tussengebied; telt mee, maar staat niet op zichzelf |
| vanaf 0,50 | vanaf 50 | vanaf 125 | verhoogd; ongeveer een op de vier tot vijf mensen |
| vanaf ongeveer 1,80 | vanaf ongeveer 180 | vanaf ongeveer 430 | sterk verhoogd; levenslang risico in de orde van erfelijk verhoogd cholesterol |
De kolommen mg/dl en nmol/l staan naast elkaar, maar zijn niet uitwisselbaar: de nmol/l-waarden zijn benaderend, omdat de omrekening per persoon verschilt met de grootte van het apo(a)-eiwit. Weeg tot slot uw herkomst mee. De mediane Lp(a)-waarde ligt bij mensen met een Afrikaanse achtergrond aanzienlijk hoger dan bij mensen met een Europese of Zuid-Aziatische achtergrond, waardoor dezelfde uitslag niet bij iedereen hetzelfde betekent. Laat uw arts de waarde in uw volledige risicoprofiel plaatsen.
Laag Lp(a) is gunstig en wijst op lager genetisch cardiovasculair risico.
Verhoogd Lp(a) is genetisch bepaald en verhoogt cardiovasculair risico. Focus op andere risicofactoren.
Laag Lp(a) is gunstig en wijst op lager genetisch cardiovasculair risico.
Verhoogd Lp(a) is genetisch bepaald en verhoogt cardiovasculair risico. Focus op andere risicofactoren.
Begin met wat niet werkt, want dat scheelt tijd en geld. Er is geen trainingsvorm, geen dieet en geen supplement waarvan overtuigend is aangetoond dat het Lp(a) verlaagt en daarmee het risico verkleint. Cardio verlaagt het niet, koolhydraatbeperking verlaagt het niet, gewichtsverlies verlaagt het niet, en de middelen die op dit vlak worden aangeprezen missen het bewijs. Behandel Lp(a) dus niet als een waarde die u kunt optimaliseren, hoe onbevredigend dat ook voelt.
Wat u wél doet met een verhoogde uitslag, is uw overige doelen aanscherpen. Richt u op het aantal atherogene deeltjes: ApoB en non-HDL-cholesterol vertellen daarover meer dan uw totaal cholesterol. Houd daarnaast uw bloeddruk, uw insulinegevoeligheid en uw visceraal vet scherp, en rook niet. Dat is geen algemene gezondheidspraat: bij een verhoogd Lp(a) levert elk van die punten meer op dan bij iemand zonder deze aanleg, simpelweg omdat u van een hoger startpunt komt.
Twee aandachtspunten die specifiek voor sporters gelden. Anabole middelen en hoge doses androgenen verstoren uw lipidenprofiel diepgaand; met een verhoogd Lp(a) erbovenop stapelt dat risico. En gebruikt u supplementen met het oog op uw hart, laat dan meten of ze werkelijk iets doen aan de waarden die er wél toe doen.
Verander tot slot nooit zelf iets aan voorgeschreven cholesterolverlagende medicatie op grond van een Lp(a)-uitslag. En bespreek met uw arts wat een hoge waarde betekent voor uw ouders, broers, zussen en kinderen: elk van hen heeft ongeveer 50 procent kans dezelfde aanleg te dragen.
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
Een uitgebreid bloedonderzoek met 44 biomarkers, geïnspireerd op WHOOP Advanced Labs — een diepgaande blik op stofwisseling, hart- en vaatrisico, hormonen, lever, nieren en ontsteking.
Lp(a)
€36,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten.
Privacybeleid