Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...
Terug naar Blog
Energie & vermoeidheid

Post viraal syndroom: waarom je na een virus niet herstelt

E
Enhanced Health
5 min lezen
Lege rode atletiekbaan met witte belijning op een koude, heldere dag.
Foto: Yanhao Fang via Unsplash

Post viraal syndroom is aanhoudende vermoeidheid en verminderde belastbaarheid die blijft hangen nadat een infectie zelf al voorbij is. In een Australisch cohort van 253 mensen voldeed ongeveer 11 procent na zes maanden nog aan de criteria voor een chronisch vermoeidheidssyndroom (PMID 16950834). Een minderheid dus, maar geen kleine.

En het maakte vrijwel niet uit welk virus ze te pakken hadden.

Dat vind ik het meest onderschatte gegeven uit dat onderzoek. Ik zie sporters maandenlang zoeken naar de precieze naam van hun virus, terwijl die naam hun herstel niet blijkt te voorspellen.

Wat is post viraal syndroom precies?

Het is een verzamelnaam voor klachten die aanhouden nadat de acute infectie is uitgewoed. Denk aan vermoeidheid die niet wegtraint, trager herstel na inspanning, concentratieproblemen en soms spier- en gewrichtspijn. Er bestaat geen enkele bloedwaarde die het aantoont. De beoordeling berust op het beloop in de tijd.

Dat laatste maakt het lastig te accepteren.

Je bent klinisch beter. De koorts is weg, de keel doet niets meer, je huisarts vindt niets bijzonders. Maar een rustige duurloop van veertig minuten kost je nu twee dagen in plaats van een avond.

Welke virussen kunnen het veroorzaken?

In principe elk virus dat je flink ziek maakt, en ook sommige bacteriën. Het Dubbo-onderzoek volgde mensen na drie totaal verschillende verwekkers: het Epstein-Barr virus, de bacterie achter Q-koorts en het Ross River virus. De onderzoekers vonden bij alle drie een opvallend vergelijkbaar beeld (PMID 16950834).

Dat is het punt waar de meeste artikelen aan voorbijgaan.

Wat het verloop wel voorspelde, was de ernst van de acute ziekteperiode. Wie er in de eerste weken het hardst door geveld werd, had de grootste kans op langdurige klachten. Demografische, psychologische en microbiologische factoren voorspelden het niet.

VerwekkerZiektebeeldBeeld na zes maanden
Epstein-Barr virusziekte van pfeiffervergelijkbaar syndroom
Coxiella burnetiiQ-koortsvergelijkbaar syndroom
Ross River virusepidemische polyartritisvergelijkbaar syndroom
Alle drie samen253 deelnemersongeveer 11 procent

De RIVM-informatie over de ziekte van pfeiffer noemt een vermoeidheid die twee tot drie maanden kan aanhouden. Dat is dus geen uitzondering, dat is het normale beloop.

Hoe lang is nog normaal?

Grofweg: de eerste twee tot drie maanden vallen binnen een gewoon herstel, ook als je je beroerd voelt. Loopt het daarna door zonder dat de lijn omhoog gaat, dan is dat een reden om verder te kijken. De richting van de curve zegt meer dan de hoogte ervan op één dag.

Een voorbeeld maakt dat concreet.

Neem een hardloper van 34 met een gewone rusthartslag van 52, die in maart pfeiffer krijgt. In mei loopt hij weer 5 kilometer, langzaam, met een rusthartslag die 8 slagen hoger ligt. In juli is die rusthartslag terug op 54 en de afstand op 10 kilometer. Dat is een herstellende lijn, ook al voelt het traag.

Dezelfde man die in juli nog steeds op 5 kilometer zit met een rusthartslag van 60, heeft een vlakke lijn. Dat is iets anders. Hoe je die lijn leest staat in rusthartslag als hersteldata.

Wat kun je laten meten?

Bloedonderzoek toont geen post viraal syndroom aan. Wat het wel kan doen, is de bekende nabootsers zichtbaar maken: ijzergebrek, een traag werkende schildklier, een tekort aan vitamine B12, aanhoudende ontstekingsactiviteit of een ontregelde bloedsuiker. Dat zijn andere verklaringen voor dezelfde klacht.

Die volgorde is belangrijk.

Uitsluiten wat behandelbaar is, gaat voor het plakken van een label. Waarden die daarbij vaak in beeld komen zijn ferritine, TSH, vitamine B12 en hs-CRP. Wat een verhoogde ontstekingswaarde bij vermoeidheid betekent, staat in hs-CRP en vermoeidheid.

Wil je die groep in één keer laten kijken, dan zit dat pakket in het 360 gezondheidspanel.

Wanneer is het geen post viraal syndroom meer?

Als de klachten na zes maanden onveranderd zijn en er een duidelijke verslechtering optreedt na inspanning, verschuift het gesprek. Dat patroon heet post exertionele malaise en vraagt een andere aanpak dan doortrainen. Bij adolescenten na pfeiffer voldeed 13 procent na zes maanden aan de criteria, 7 procent na een jaar en 4 procent na twee jaar (PMID 19564299).

Die dalende reeks is het belangrijkste getal in dit hele artikel.

De meeste mensen komen er dus uit, ook als het lang duurt. Wie erin blijft hangen, hoort in beeld bij een arts en niet bij een trainingsschema. Wat post exertionele malaise onderscheidt van gewone trainingsmoeheid staat in post exertionele malaise, en het volledige overzicht van vermoeidheidsonderzoek in bloedtest bij vermoeidheid.

Mijn advies: houd drie maanden lang je rusthartslag, je slaapduur en je maximale trainingsduur bij, en beoordeel de lijn en niet de dag. Blijft die lijn vlak, bespreek hem dan met je huisarts.

Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

Bronnen

  • Hickie I, Davenport T, Wakefield D, et al. Post-infective and chronic fatigue syndromes precipitated by viral and non-viral pathogens: prospective cohort study. BMJ, 2006;333(7568):575. PMID 16950834.
  • Katz BZ, Shiraishi Y, Mears CJ, Binns HJ, Taylor R. Chronic fatigue syndrome after infectious mononucleosis in adolescents. Pediatrics, 2009;124(1):189-93. PMID 19564299.
  • Institute of Medicine. Beyond myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome: redefining an illness. National Academies Press, 2015. PMID 25695122.
  • RIVM. Pfeiffer, ziekte van. Vragen en antwoorden.
E

Auteur

Enhanced Health

Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten