De gevolgen van de ziekte van pfeiffer op lange termijn zijn voor de meeste mensen beperkt: de klachten zakken in de loop van maanden weg en er blijft niets blijvends achter. Een minderheid houdt langer last. In een cohort van 301 adolescenten voldeed 13 procent na zes maanden nog aan de criteria voor chronische vermoeidheid, 7 procent na een jaar en 4 procent na twee jaar (PMID 19564299).
Die drie getallen zijn het hele artikel waard.
Ik zet ze bewust vooraan, omdat je op internet vooral de uitersten vindt. Of het gaat vanzelf over, of je leest een verhaal over jaren in bed. De werkelijkheid is een dalende curve, en daar kun je je aan vasthouden.
Wat is het normale beloop na pfeiffer?
De acute klachten verdwijnen in twee tot drie weken en de vermoeidheid houdt volgens de RIVM-informatie twee tot drie maanden aan. In die periode is een verminderde belastbaarheid gewoon, ook als je verder nergens last van hebt. De lijn hoort in die maanden wel omhoog te lopen.
Een vlakke lijn is het signaal, niet een slechte dag.
Een goede week gevolgd door een terugval hoort erbij. Drie maanden zonder enige verbetering hoort er niet bij.
| Tijd na infectie | Voldeed aan criteria chronische vermoeidheid | Wat dat betekent |
|---|---|---|
| 6 maanden | 13 procent | ongeveer 1 op 8 |
| 12 maanden | 7 procent | ruwweg gehalveerd |
| 24 maanden | 4 procent | ongeveer 1 op 25 |
De onderzoekers zagen daarbij dat de groep die na twee jaar nog klachten had, na twaalf maanden al duidelijk hoger scoorde op vermoeidheid dan de rest. Het beloop in het eerste jaar voorspelt dus iets over het tweede.
Kan pfeiffer later weer opspelen?
Het Epstein-Barr virus blijft levenslang in je lichaam en kan opnieuw actief worden, meestal zonder dat je er iets van merkt. Een tweede keer de volle ziekte van pfeiffer doormaken is ongebruikelijk. Wat mensen als terugkeer ervaren, is vaker een dip in een herstel dat nog niet af was.
Dat onderscheid is praktisch nuttig.
Neem twee mannen die 9 maanden na pfeiffer allebei een slechte week hebben. Bij de een komen koorts en gezwollen klieren terug. Bij de ander is het alleen moeheid na een drukke werkweek. Alleen de eerste heeft iets nieuws.
Een nieuwe infectie vraagt om afwachten. Een onvoltooid herstel vraagt om een andere opbouw. Hoe je die twee uit elkaar houdt via het antistofpatroon staat in Epstein-Barr virus symptomen.
Ligt het aan je conditie?
Waarschijnlijk niet. Huang en collega's volgden adolescenten na pfeiffer en keken of hun activiteitenniveau vóór de infectie voorspelde wie langdurige vermoeidheid ontwikkelde. Dat verband vonden ze niet (PMID 20819961). Fit zijn beschermt je hier dus niet zoals je zou hopen.
Dat is voor sporters een ongemakkelijke uitkomst.
Het Dubbo-onderzoek wees dezelfde kant op: wat het beloop voorspelde was de ernst van de acute ziekteperiode, niet iemands achtergrond of psychologisch profiel (PMID 16950834). Wie er het hardst door geveld werd, had de grootste kans op een lange staart.
Ik vind dat bevrijdend. Het haalt het schuldgevoel weg bij mensen die denken dat ze te vroeg zijn gaan trainen of niet hard genoeg hun best doen.
Blijft er iets aan je organen achter?
Meestal niet. Bij pfeiffer kunnen de lever en de milt tijdelijk opzwellen en kunnen de leverwaarden een tijd verhoogd zijn. Die keren in de regel vanzelf terug naar normaal, al kan dat weken duren. Thuisarts beschrijft dat de lever meestal vanzelf weer goed gaat werken.
De milt verdient in die periode wel respect.
Juist daarom geldt er een aparte pauze voor contact- en botsingssport in de eerste weken. Welke termijn daarbij hoort staat in hoe lang duurt pfeiffer.
Wanneer laat je bloed prikken?
Als de vermoeidheid na ongeveer drie maanden niet meetbaar minder wordt. Bloedonderzoek toont geen post-viraal beloop aan, maar kan wel andere verklaringen zichtbaar maken die net zo goed passen bij aanhoudende moeheid. IJzergebrek, schildklierproblemen, een B12-tekort en aanhoudende ontstekingsactiviteit staan bovenaan die lijst.
Uitsluiten wat behandelbaar is, gaat voor een label plakken.
Waarden die daarbij vaak in beeld komen zijn ferritine, TSH, vitamine B12 en hs-CRP. Die groep zit samen in het 360 gezondheidspanel, en het bredere overzicht staat in bloedtest bij vermoeidheid.
Is er een duidelijke verslechtering die pas een dag na inspanning komt, dan hoort dat apart besproken te worden. Zie post exertionele malaise.
Mijn advies: noteer elke week je langste inspanning en je rusthartslag, en leg na drie maanden de reeks naast elkaar. Een dalende reeks is geruststellend, een vlakke reeks bespreek je met je huisarts.
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Bronnen
- Katz BZ, Shiraishi Y, Mears CJ, Binns HJ, Taylor R. Chronic fatigue syndrome after infectious mononucleosis in adolescents. Pediatrics, 2009;124(1):189-93. PMID 19564299.
- Huang Y, Katz BZ, Mears C, Kielhofner GW, Taylor R. Postinfectious fatigue in adolescents and physical activity. Archives of Pediatrics and Adolescent Medicine, 2010;164(9):803-9. PMID 20819961.
- Hickie I, Davenport T, Wakefield D, et al. Post-infective and chronic fatigue syndromes precipitated by viral and non-viral pathogens: prospective cohort study. BMJ, 2006;333(7568):575. PMID 16950834.
- RIVM. Pfeiffer, ziekte van. Vragen en antwoorden.
- Thuisarts.nl. Ik heb de ziekte van Pfeiffer.
Auteur
Enhanced Health
Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid