Epstein-Barr virus symptomen bestaan meestal uit keelpijn, gezwollen lymfeklieren in de hals, koorts en een vermoeidheid die veel langer aanhoudt dan bij een gewone verkoudheid. Bij jongvolwassenen heet dat beeld de ziekte van pfeiffer. De RIVM-informatie noemt een vermoeidheid die twee tot drie maanden kan duren.
Wat bijna nergens staat: het virus zit al in vrijwel iedereen.
Ongeveer negen op de tien volwassenen draagt antistoffen tegen EBV. Dat maakt een positieve uitslag op zichzelf een van de minst informatieve dingen die je kunt laten prikken, en ik zie er veel mensen op vastlopen.
Welke symptomen horen bij een actieve EBV-infectie?
De klassieke drie zijn koorts, keelpijn en gezwollen klieren in de hals, vaak samen met een uitgesproken moeheid. Daarnaast komen hoofdpijn, spierpijn en een vergrote milt of lever voor. Bij kinderen verloopt de infectie vaak zo mild dat niemand het merkt.
De leeftijd bepaalt het beeld sterk.
Krijg je EBV als peuter, dan lijkt het op een verkoudheid. Krijg je hem op je twintigste, dan lig je er weken uit. Dezelfde verwekker, een totaal ander ziekteverloop.
Waarom zegt een positieve EBV-uitslag weinig?
Omdat het virus na een eerste infectie levenslang in je lichaam blijft en je antistoffen dus ook. Een positieve IgG-uitslag betekent alleen dat je het virus ooit hebt gehad, en dat geldt voor de grote meerderheid van de volwassen bevolking. Alleen het patroon over meerdere antistoffen samen onderscheidt oud van nieuw.
Dat patroon is het hele verhaal.
Klutts en collega's lieten zien dat een gestructureerde beoordeling van de combinatie VCA IgM, VCA IgG en EBNA-1 IgG veel betrouwbaarder is dan losse uitslagen (PMID 19656988). De Paschale en Clerici beschreven daarnaast hoe vaak losse bepalingen tot verwarrende conclusies leiden (PMID 24175209).
| VCA IgM | VCA IgG | EBNA-1 IgG | Wat dat meestal betekent |
|---|---|---|---|
| negatief | negatief | negatief | nog nooit besmet geweest |
| positief | positief | negatief | past bij een recente infectie |
| negatief | positief | positief | doorgemaakte infectie, lang geleden |
| negatief | positief | negatief | onduidelijk, vraagt om herhaling |
EBNA-1 antistoffen verschijnen pas weken tot maanden na de eerste infectie. Juist dat late verschijnen maakt ze bruikbaar als tijdstempel.
Hoe onderscheid je EBV van gewone trainingsmoeheid?
Aan het gezelschap waarin de moeheid komt. Trainingsmoeheid komt zonder koorts, zonder gezwollen klieren en zonder keelpijn, en zakt na een paar rustdagen. Een acute EBV-infectie brengt die andere verschijnselen mee en trekt zich niets aan van een rustweek.
Er is nog een verschil dat sporters vaak zelf opmerken.
Neem een wielrenner die normaal op 48 slagen wakker wordt. In een zware trainingsblok kruipt dat naar 54 en na drie rustdagen staat hij weer op 49. Bij een acute infectie blijft die 58 staan, ook na een week niets doen, en komt er koorts bij.
Dat onderscheid staat uitgebreider in overtraining herkennen via je bloedwaarden. Wie juist vaak ziek is zonder duidelijke oorzaak, vindt meer in vaak verkouden als je hard traint.
Kan EBV later opnieuw klachten geven?
Het virus blijft levenslang aanwezig en kan opnieuw actief worden, meestal zonder dat je er iets van merkt. Of zo'n reactivatie langdurige vermoeidheidsklachten verklaart, is wetenschappelijk niet uitgemaakt. Wat wel is aangetoond, is dat aanhoudende klachten na een infectie voorkomen ongeacht welke verwekker het was.
Dat laatste is de nuttigste bevinding uit dit hele veld.
Het Dubbo-onderzoek volgde 253 mensen na EBV, Q-koorts en Ross River virus en vond bij alle drie een vergelijkbaar aanhoudend beeld bij ongeveer 11 procent (PMID 16950834). De ernst van de acute ziekte voorspelde het beloop, niet de verwekker. Wat dat betekent staat in post viraal syndroom.
Welk bloedonderzoek is hier zinvol?
Bij een acuut beeld is EBV-serologie de logische bepaling, samen met een leukocytendifferentiatie en de leverwaarden, omdat die bij pfeiffer vaak meebewegen. Bij aanhoudende moeheid zonder acute verschijnselen verschuift het nut naar het uitsluiten van andere oorzaken. Denk aan ferritine, TSH en vitamine B12.
Welke test wanneer iets toevoegt, staat in de pfeiffer test.
Mijn advies: laat EBV-serologie alleen prikken als er een acuut beeld bij hoort, en beoordeel nooit één antistof los van de andere twee. Bespreek de uitslag met je huisarts voordat je er conclusies aan verbindt.
Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.
Bronnen
- Klutts JS, Ford BA, Perez NR, Gronowski AM. Evidence-based approach for interpretation of Epstein-Barr virus serological patterns. Journal of Clinical Microbiology, 2009;47(10):3204-10. PMID 19656988.
- De Paschale M, Clerici P. Serological diagnosis of Epstein-Barr virus infection: problems and solutions. World Journal of Virology, 2012;1(1):31-43. PMID 24175209.
- Hickie I, Davenport T, Wakefield D, et al. Post-infective and chronic fatigue syndromes precipitated by viral and non-viral pathogens: prospective cohort study. BMJ, 2006;333(7568):575. PMID 16950834.
- RIVM. Pfeiffer, ziekte van. Vragen en antwoorden.
Auteur
Enhanced Health
Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid