Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...
Terug naar Blog
Hart & vaten

Hartkloppingen en je schildklier: wanneer je TSH laat prikken

E
Enhanced Health
6 min lezen
Zorgverlener met handschoenen prikt in de bovenarm van een patient.
Foto: Trnava University via Unsplash

Hartkloppingen en je schildklier hangen samen omdat schildklierhormoon je hartslag versnelt en de prikkeldrempel van je hartspier verlaagt. Bij een te snel werkende schildklier zijn kloppingen vaak het eerste dat opvalt. Eén buisje bloed met TSH erin sluit dat grotendeels uit.

Het is een van de weinige oorzaken met een concreet antwoord.

Dat maakt dit onderzoek aantrekkelijk als eerste stap. De meeste andere verklaringen voor hartkloppingen laten zich niet meten.

Hoe veroorzaakt je schildklier hartkloppingen?

Schildklierhormoon verhoogt de gevoeligheid van je hart voor adrenaline. Je hartslag stijgt, je hartspier trekt krachtiger samen, en extra slagen ontstaan makkelijker. Bij een teveel aan hormoon voel je dat als bonken, een snelle pols in rust of losse overslagen.

Het effect zit in de basissnelheid.

Een rusthartslag die zonder aanwijsbare reden tien tot twintig slagen hoger ligt dan je gewend bent, is het bruikbaarste signaal. Bij sporters valt dat extra op, omdat zij hun eigen normaalwaarde meestal goed kennen.

Welke schildklierwaarden zijn relevant?

TSH als eerste, daarna vrij T4. TSH is het hormoon waarmee je hersenen je schildklier aansturen, en het reageert gevoelig op afwijkingen. Een lage TSH wijst richting een te snel werkende schildklier, een hoge TSH richting een te trage.

Die richting voelt omgekeerd, en dat klopt.

Als je schildklier te veel hormoon maakt, draait je hypofyse de aansturing terug. De TSH zakt dus juist bij een overactieve schildklier. Vrij T4 laat daarna zien hoeveel hormoon er daadwerkelijk circuleert.

UitslagWat het meestal betekentWat je kunt merken
TSH laag, vrij T4 hoogTe snel werkende schildklierKloppingen, gewichtsverlies, warm hebben, onrust
TSH laag, vrij T4 normaalSubklinisch te snelVaak weinig tot geen klachten
TSH hoog, vrij T4 laagTe traag werkende schildklierMoeheid, kouwelijk, trage hartslag
TSH en vrij T4 normaalSchildklier onwaarschijnlijk als oorzaakZoek verder bij ijzer of elektrolyten

Die tweede rij is de categorie die het vaakst wordt weggewuifd. Subklinisch betekent dat alleen de TSH afwijkt, zonder klachten die opvallen, en juist die groep blijkt niet risicoloos.

De waarden zelf staan uitgelegd in TSH-waarde uitgelegd en schildklier en je stofwisseling.

Telt een uitslag binnen het normale bereik ook mee?

Blijkbaar wel, en dat is de bevinding die dit onderwerp interessant maakt. Baumgartner en collega's volgden ruim 30.000 mensen en zagen dat schildklierwaarden binnen het normale bereik samenhingen met het risico op boezemfibrilleren. Een hogere vrije T4 hoorde bij een hoger risico (PMID 29061566).

Lees dat nog een keer: binnen het normale bereik.

Stel, twee sporters krijgen allebei te horen dat hun uitslag normaal is, de een met een TSH van 1,9 en de ander met 0,4.

De eerste heeft een vrij T4 midden in het bereik. De ander heeft een TSH van 0,4 en een vrij T4 tegen de bovengrens aan.

Allebei krijgen ze te horen dat het goed is.

Voor de eerste klopt dat ook. Bij de tweede is de uitslag formeel normaal, maar zit hij aan de kant van het bereik die in het onderzoek met een hoger risico samenging. Dat is geen reden voor behandeling, wel voor herhalen over drie maanden in plaats van afvinken.

Een meta-analyse uit 2024 keek naar subklinische schildklierdisfunctie en nieuw ontstaan boezemfibrilleren, en bevestigde dat die categorie meetelt (PMID 38165911). Subklinisch is dus geen synoniem voor onbelangrijk.

Dat betekent niet dat een normale uitslag met een hoognormale T4 behandeld moet worden. Het betekent dat de uitslag informatie bevat die met "normaal" alleen niet wordt overgebracht. Wat dat voor je ritme betekent staat in boezemfibrilleren bij duursporters.

Hoe onderscheid je een snelle schildklier van overtraining?

Op het symptoomlijstje lijken ze sterk op elkaar. Hartkloppingen, slecht slapen, gewichtsverlies, prikkelbaarheid en een verhoogde rusthartslag passen bij allebei. Het verschil zit in het beloop en in je trainingsdagboek, niet in de klachten zelf.

Twee vragen scheiden ze meestal.

De eerste: reageert het op rust? Bij overbelasting zakt je rusthartslag na een echte rustweek. Bij een te snelle schildklier verandert er weinig, want de oorzaak staat los van je belasting.

De tweede: past het bij je warmtebeleving? Warmte-intolerantie, zweten zonder inspanning en trillende handen wijzen richting schildklier. Zware benen, dalende motivatie en een slechtere sessiekwaliteit wijzen richting belasting.

Beide sporen tegelijk lopen kan ook, en dat is niet zeldzaam. De belastingkant staat in overtraining herkennen via je bloedwaarden, de trage kant in traag werkende schildklier.

Wanneer laat je je schildklier prikken bij hartkloppingen?

Als de klacht langer dan een paar weken aanhoudt, of als er tweede symptomen bij zitten. Onbedoeld gewichtsverlies, warmte-intolerantie, trillende handen of een rusthartslag die structureel hoger ligt zijn de sterkste aanleidingen. Bij een enkele overslag na een zware training is het niet nodig.

Nuchter prikken hoeft hiervoor niet.

Prik wel op een gewone dag, dus niet direct na een zware trainingsblok of een nacht met twee uur slaap. Voor de vergelijkbaarheid over de tijd helpt het om ongeveer hetzelfde tijdstip aan te houden.

Concreet gaat het om TSH en vrij T4. Alleen TSH is een redelijk begin, maar bij klachten geeft de combinatie een vollediger beeld. Je kunt ze los laten prikken met de TSH-test of in samenhang met je hartwaarden via het hartpanel.

Wat als je schildklier normaal blijkt?

Dan blijven er drie meetbare sporen over. Je ijzerstatus, je elektrolyten en je ontstekingswaarden, in die volgorde van opbrengst. Bij sporters met kloppingen plus vermoeidheid is ijzer de meest voorkomende vondst.

Daarna wordt het een kwestie van patroonherkenning.

Noteer wanneer de klacht komt, hoe lang die duurt en of ze tijdens inspanning verdwijnt. Extra slagen die bij een oplopende hartslag wegvallen zijn doorgaans goedaardig, en dat onderscheid staat in extrasystolen bij sporters.

Baman en collega's lieten zien dat het aandeel extra slagen pas boven de tien procent van je dagtotaal klinisch begint te tellen (PMID 20348027). Dat aantal haal je met een handvol voelbare overslagen per dag bij lange na niet.

De volledige triage staat in hartkloppingen bij sporten. Voor duizeligheid of flauwvallen bij inspanning geldt: dezelfde dag contact met je huisarts.

Wat mij aan dit onderwerp bijblijft: de schildklier is de goedkoopste verklaring om uit te sluiten, en tegelijk de verklaring waar het laatst aan gedacht wordt.

Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

Bronnen

  • Baumgartner C, da Costa BR, Collet TH, et al. Thyroid function within the normal range, subclinical hypothyroidism, and the risk of atrial fibrillation. Circulation, 2017;136(22):2100-2116. PMID 29061566.
  • Singh H, et al. Subclinical thyroid dysfunction and the risk of incident atrial fibrillation: a systematic review and meta-analysis. PLoS One, 2024. PMID 38165911.
  • Baman TS, Lange DC, Ilg KJ, et al. Relationship between burden of premature ventricular complexes and left ventricular function. Heart Rhythm, 2010;7(7):865-869. PMID 20348027.
  • Hartstichting. Hartritmestoornissen.
  • Thuisarts. Ik heb hartkloppingen.
E

Auteur

Enhanced Health

Dr. Naimi, BIG-geregistreerde arts, ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen. Lees ons medisch beleid

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten