Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...
Terug naar Blog
Prestaties & herstel

InBody meting: wat de cijfers betekenen en waar ze afwijken

E
Enhanced Health
5 min lezen
InBody meting: wat de cijfers betekenen en waar ze afwijken
Foto: Neuro Equilibrium via Unsplash

Een InBody meting meet je lichaam met een zwakke stroom. Je staat op elektroden en houdt handgrepen vast. Zo loopt er stroom door je armen, je romp en je benen. Je krijgt een vel met tien tot twintig getallen mee. Bruikbaar voor trends, maar niet elk getal op dat vel is even hard.

De grafiek waar de meeste sportscholen als eerste naar wijzen, is uitgerekend het zwakste onderdeel.

Dat is jammer, want de meting zelf is een van de betere in zijn prijsklasse.

Wat staat er op een InBody uitslag?

Grofweg drie blokken. Bovenaan staat je samenstelling in kilo's: gewicht, spier en vet. Daaronder staan de afgeleide cijfers: vetpercentage, BMI en een score. Onderaan staat de analyse per arm, been en romp. Daar staan ook je viscerale vetwaarde en je ruststofwisseling.

Regel op de uitslagWat het isHoeveel vertrouwen
Gewichtgewoon gewogenhoog, het enige direct gemeten getal
Skeletspiermassageschat uit weerstandredelijk als trend, niet absoluut
Vetpercentage (PBF)afgeleid uit de restmatig, telt de fouten op
Segmentale analyse per ledemaatweerstand per segmentlaag bij getrainde mensen
Viscerale vetwaardeschatting, eigen schaallaag, niet vergelijkbaar met DEXA-grammen
Ruststofwisselingformule op je vetvrije massalaag, het is rekenwerk
ECW/TBW verhoudingvochtverdelingnuttig, vooral als hij verandert

Alleen de bovenste regel is echt gemeten. De rest is afgeleid.

Dat maakt de uitslag niet waardeloos. Het betekent wel dat de onzekerheid naar beneden toe oploopt op het vel.

Hoe nauwkeurig is een InBody meting?

Beter dan een weegschaal thuis, en niet zo goed als de folder suggereert. Voor het totale vetpercentage kwam multifrequentie BIA in vergelijkend onderzoek gemiddeld 3,3 procent lager uit dan een DEXA-scan, met grenzen van overeenstemming tot ongeveer 5,6 procent naar beide kanten (PMID 25353076).

Die studie gebruikte een InBody 720 bij studentsporters, in een lab.

Voor de segmentale getallen ligt het slechter. Brewer en collega's vergeleken multifrequentie BIA met DEXA bij Division I-sporters en vonden dat de vetvrije massa van armen en benen structureel werd onderschat (PMID 31469766). Hun conclusie was dat het apparaat bij een lean, getrainde populatie niet valide was voor die metingen.

Precies de doelgroep die er in een sportschool op gaat staan.

Het patroon is logisch. Bio-impedantie schat spier uit vocht, en getrainde spieren binden meer vocht dan de referentiegroep waarop de formule geijkt is. De IOC-werkgroep rond Ackland waarschuwde daar in 2012 al voor: elke veldmethode erft de aannames van zijn referentiemethode (PMID 22303996).

Welke getallen op de uitslag zijn wel bruikbaar?

De bovenste drie regels, als trend. Je gewicht is gemeten. Je skeletspiermassa en je vetmassa in kilo's zijn schattingen, maar ze bewegen consequent de goede kant op als jij dat doet. De verhouding tussen die twee over drie maanden is het bruikbaarste dat een InBody je geeft.

Kijk naar kilo's, niet naar procenten.

Dat klinkt tegenintuïtief, maar een percentage verandert ook als de noemer verandert. Stel je weegt 85 kilo met 34 kilo spier, dus 40 procent, en je valt twee kilo vet af: je spierpercentage stijgt naar 41 zonder dat je een gram spier hebt aangemaakt.

In kilo's zie je meteen wat er echt gebeurde. Die 34 stond er voor en na.

De ECW/TBW-verhouding is het tweede getal dat aandacht verdient. Die zegt iets over hoe je vocht verdeeld is, en een plotselinge verschuiving valt vaak samen met een zware trainingsweek of een slechte nacht. Handig als context bij een uitslag die er raar uitziet.

Wat je kunt negeren: de ruststofwisseling en de InBody-score. Beide zijn rekenwerk op de eerdere schattingen en voegen geen meting toe.

Hoe zorg je dat twee InBody metingen vergelijkbaar zijn?

Door alles behalve je lichaam gelijk te houden. Meet nuchter, 's ochtends, na het toilet, voor je traint en voor je drinkt. Zelfde apparaat, zelfde kleding, blote voeten en handen droog. Vochtverschillen zijn de grootste reden dat twee metingen in dezelfde week uiteenlopen.

Meet nooit vlak na cardio. Dan ben je warm, doorbloed en licht uitgedroogd.

Nog een praktisch punt: de handgrepen moeten schoon en droog zijn. Zweet of bodylotion verlaagt de contactweerstand en verschuift je uitslag zonder dat je het merkt.

Wat er verder allemaal aan je bio-impedantie trekt, staat op een rij in de lichaamsanalyse weegschaal.

InBody of iets anders?

Hangt af van wat je ermee gaat doen. Voor een maandelijkse check in je eigen sportschool is een InBody meting een prima keuze: consistent apparaat, snelle meting, redelijke trend. Voor een absoluut getal waar je een cut van maanden op baseert, is de foutmarge te breed.

Dan is een DEXA-scan de logische stap, en een huidplooimeting een goedkoop alternatief dat ongevoelig is voor je vochtbalans. De volledige vergelijking staat in vetpercentage: wat is gezond en hoe meet je het.

Wat een InBody helemaal niet meet, is hoe je stofwisseling met dat vet omgaat. Het Voedingscentrum houdt 94 centimeter middelomtrek voor mannen en 80 voor vrouwen aan als eerste signaalgrens, en volgens de cijfers die het RIVM via de Leefstijlmonitor bijhoudt heeft ongeveer de helft van de Nederlandse volwassenen overgewicht.

Binnen die groep verschilt het metabole plaatje sterk. Dat verschil lees je af aan waarden als HbA1c en je nuchtere insuline, niet aan een percentage op een printje.

Mijn advies: bewaar de printjes en vergelijk alleen de bovenste drie regels over drie maanden. De rest van het vel mag je gerust weggooien.

Elk bloedtestresultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen je resultaten met je huisarts.

Bronnen

  • Esco MR, Snarr RL, Leatherwood MD, et al. Comparison of total and segmental body composition using DXA and multifrequency bioimpedance in collegiate female athletes. Journal of Strength and Conditioning Research, 2015;29(4):918-25. PMID 25353076.
  • Brewer GJ, Blue MNM, Hirsch KR, Peterjohn AM, Smith-Ryan AE. Appendicular body composition analysis: validity of bioelectrical impedance analysis compared with dual-energy X-ray absorptiometry in Division I college athletes. Journal of Strength and Conditioning Research, 2019;33(11):2920-2925. PMID 31469766.
  • Ackland TR, Lohman TG, Sundgot-Borgen J, et al. Current status of body composition assessment in sport. Sports Medicine, 2012;42(3):227-49. PMID 22303996.
  • RIVM. Leefstijlmonitor, cijfers over overgewicht bij volwassenen.
  • Voedingscentrum. Middelomtrek en gezond gewicht.
E

Auteur

Enhanced Health

Gerelateerde testen

Gerelateerde berichten